week 04 | 24.01.08 | 16:00 | Sandra | Door SandraK

Omdat ik het wil

Maar omdat ik me niet helemaal goed voel en dus ook niet zeker van mijn zaak, heb ik een soort van afleidingsmanoeuvre bedacht. Voor het bloedprikken ga ik naar Chi Kung.

Dit is een soort nieuwe yoga, pilates en Tai Chi in één. Vergeleken bij Chi Kung is Kaballa echt zó ontzettend 2006. Spreekt voor zich dat ik, trendsetter als ik ben, mij vol overgave op deze intens slome sport heb gestort. Het komt uit China en gaat ervan uit dat interne energie (Chi) essentieel is in ieders leven.

Chi Kung betekent dan ook letterlijk interne energie oefening. Volgens Chi Kung is ieder mens een veld van energie, zowel geestelijk als lichamelijk. Dat weet ik nu, maar wat het precies inhield kon me, toen ik ermee begon, echt een worst wezen.

Het simpele (wetenschappelijk bewezen) feit dat je met een uurtje Chi Kung 1.52 miljoen extra rode bloedlichaampjes per ml produceert, trok mij over de streep. Die heb ik namelijk hard nodig. En dus sta ik nu twee keer in de week met mede ex-borstkanker-meisjes heel langzaam te bewegen. Rapen we denkbeeldige stokjes op van de grond, bewegen een denkbeeldige ballon voor ons, zitten we daar ook op en walsen we met een denkbeeldige danspartner door de ruimte.

Eindelijk een danspartner! De oefeningen zijn zo simpel dat ook als ik net de chemo in mijn lijf heb, ik ze zittend of soms zelfs liggend kan doen. Het ziet er soms niet uit, maar who cares? Ik heb het gevoel dat dit me helpt om meer in balans te komen en zowel rust als energie te krijgen.

Sterker, ik denk dat ik door deze oefeningen misschien wel voorgoed beter ga worden. Ik heb alleen sinds mijn gesprek met de plastische chirurg een klein probleempje waardoor ik me soms niet zo goed kan concentreren op alle oefeningen.

Al borrelend met vrienden Pascal en HJ leg ik hun mijn probleem voor. Ik heb namelijk een probleem met de borsten van mijn mede Chi Kungers. En wel in die zin dat ik, nu ik zo aan het nadenken ben over een reconstructie of niet, zeer benieuwd ben naar de borsten van mijn lotgenoten. Ik wéét dat ze bijna allemaal ook borstkanker hebben gehad, ik vermoed dat de meeste ook een amputatie hebben gehad, maar ik weet niet of ze echte of nepborsten hebben. Ik leg mijn vraag aan mijn vriendjes voor, hoe ga ik daar nu eens subtiel achterkomen? Pascal heeft de oplossing, een T-shirt met de tekst: “Hee trien, laat me je tieten zien!” Ha, daarom hou ik zoveel van mijn vrienden, ze maken me altijd aan het lachen.

Als ik na het eten (bij Oriëntal Palace, het überkitscherige Chinese bootrestaurant bij het Centraal Station, stond op de lijst Dingen Die Je Ooit In Leven Gedaan Moet Hebben van HJ en Pascal) op de fiets naar huis rijd, realiseer ik me dat de tijd die ik, nu ik ziek ben, met mijn vrienden en familie doorbreng me zo veel brengt.

Het lijkt wel of ik duizend keer meer geniet van alles wat ik doe. Gewoon, omdat het niet meer gewoon en vanzelfsprekend is. De gesprekken tijdens de chemo’s, etentjes bij mij thuis, mijn nichtje ophalen van school voor een lunch, die ene avond in de kroeg, het theater of de film, het is me allemaal even waardevol en ik geniet met volle teugen. Het is kwaliteit in plaats van kwantiteit.

En vanavond, de avond voor mijn vijfde chemo, besef ik met een lichte schok nog iets anders. Namelijk dat dit de eerste chemo wordt die ik voor mijzelf doe. Niet voor mijn ouders, mijn zus of mijn vrienden; allemaal mensen van wie ik zielsveel houd en niet wil teleurstellen. Nee, dit keer en de volgende keer doe ik puur voor mijzelf. Omdat ik het wil en omdat ik opeens weer weet hoe leuk het leven kan zijn. Ik ben vet ver over de helft en dat voelt fijn, heel fijn.

Wordt zondag 26 januari vervolgd.dot