week 05 | 03.02.08 | 16:00 | Blog |Sandra | Door SandraK

Afsluiting

Vandaag heb ik toch weer een kortstondig traantje gelaten. En vervolgens van mijn zus op mijn kop gekregen omdat ik me niet moet aanstellen. Mmm, het is mij duidelijk: sommige voordelen van ziek zijn (iedereen is aardig voor je) houden snel op op het moment dat het beter gaat. Want het gaat beter met me.

Alleen niet snel genoeg. Ben nu op de kop af twee weken klaar met mijn pillen, dus ik had het goede voornemen om weer een stukje hard te lopen. Ter voorbereiding op de marathon van New York in 2009. Omdat ik ook wel snap dat ik na zes chemo’s niet direct met 10 kilometer moet beginnen, wil ik het langzaam opbouwen.

Dus rondje Scheldestraat, Amstelkade, Maasstraat en weer terug. Dat is om precies te zijn 590 meter. Ik heb dat stukje nu twee keer gedaan en ik moet me over mijn denkbeeldige finish slépen. Halverwege voelen mijn spieren volledig verzuurd aan en lijkt het alsof ik in plaats van benen twee betonblokken meezeul. Dat, én de gedachte dat ik ruim een jaar geleden nog fris & fruitig 42 kilometer liep, frustreerde me dermate dat ik erom moest huilen.

Zus gebeld en die had dus geen medelij met me. Zei dat ik niet helemaal lekker was om te verwachten dat ik binnen een maand na mijn chemo weer prima in staat zou zijn om te rennen. Dat had ik misschien ook niet verwacht, maar wel heel erg gehoopt.

Nu is ‘hoop’ de laatste tijd sowieso het meest voorkomende woord in mijn vocabulaire. Het is in de plaats gekomen van ‘zeker weten’. Net zoals ‘vertrouwen’ vervangen is door ‘angst’. Dat klinkt niet leuk en dat is het ook niet. Maar het is wel wat ik, op dit moment, voel. Ik hoop dat ik snel weer vertrouwen krijg, maar zeker weten doe ik het niet. Want drie jaar geleden wist ik zoveel zeker.

Ik wist zeker dat kanker krijgen niet bij mij hoorde en het daarom een éénmalige actie was. Ik was er ook zeker van dat ik zoveel chemo en bestralingen in mijn lijf had dat ik de komende vijf of tien jaar kankervrij zou zijn. Ik ging zonder spanning lachend naar elke controle. En als ik, tegen alle verwachtingen in na tien jaar weer kanker zou krijgen, hadden ze vast een veel leuker en nog beter medicijn tegen kanker ontdekt in plaats van chemo.

En misschien wel het belangrijkste: ik was ervan overtuigd dat ik helemaal beter was, geen spoor van twijfel. Daarnaast vond ik dat ik na dit drama wel iets heel erg leuks had verdiend. Ik had recht op een groot cadeau, iets positiefs, bij voorkeur in de vorm van een leuke vent, maar bij gebrek daaraan had het van mij ook een woonboot mogen zijn.

Nu weet ik niet wie er in de kosmos van de afdeling ‘cadeaus na groot persoonlijk leed’ is, maar als ik hem/haar was, zou ik heel snel een andere baan zoeken.

Wordt dinsdag 5 februari vervolgd.dot