week 19 | 05.05.08 | 12:33 | Rob | Door RobW

Ardennen

Julia en ik zitten op de achterbank van de auto “We gaan naar de Ardennen, de frisse lucht is effe wennen”, zing ik zacht.  Vriendinnen V. en S. zitten voorin (vet hip: ze zijn lesbisch!). Ze wijzen om de beurt typisch Belgische dingen aan. Zoals een viaduct op hoge peilers. Of kapotte autobanden langs de weg. “Kijk een zwaan. Kijk hij valt me aan!” Ondanks dat ik dat liedje vandaag al twintig keer gezongen heb, blijft Julia erom lachen. Sommige vrouwen zijn onvermoeibaar.

We gaan dus naar de Ardennen. Met drie stelletjes. Ferdi en Nanda zijn vroeger in de ochtend vertrokken en zitten waarschijnlijk al in de zon van een wijntje te genieten. Na een strakke drieëneenhalf uur arriveren we in Rochehaut. Een klein dorpje aan de rand van een prachtige vallei. Als we aankomen begroeten we elkaar als echte vrienden. Dat wil zeggen: een hoop geknuffel en wij mannen slaan elkaar stoer op de schouders.

Ferdi en Nanda hebben speciaal voor mijn verjaardag het hele huisje versierd met slingers en ballonnen. Ondanks het feit dat ik mijn verjaardag doorgaans zo min mogelijk aandacht geef, begin ik dit soort spontane, enthousiaste uitingen steeds leuker te vinden. Ik zie alleen maar lachende gezichten. Ferdi heeft de dag ervoor twee dozen wijn gehaald en we ontkurken de eerste fles. Met een uitzicht over de heuvels en de vallei voeren we toffe gesprekken. De zon schijnt enthousiast. Ik krijg kado’s.

Op dit soort momenten kan ik me zó gelukkig voelen. Ik wil zo’n moment dan vastpakken en diep wegstoppen in mijn broekzak. Bewaren voor een ander moment dat ik me zó niet gelukkig voel.

’s Avonds zitten we met z’n allen in de sfeervolle woonkamer. Ferdi en ik steken de open haard aan. Al snel blijkt dat wij blijkbaar de eerste zijn die dit ooit geprobeerd hebben, want de schoorsteen werkt niet. Binnen vijf minuten staat de hele huiskamer vol rook. De vrouwen hangen met veel gevoel voor dramatiek uit de ramen om zuurstof te happen. Zo professioneel als we het vuur aanstaken, doven we het weer. Slecht plan.
We praten uren achtereen . En als Julia en ik ‘s nachts in bed liggen kan ik de slaap niet vatten. Mijn hoofd zit te vol met leuke dingen. Gelukkig morgen weer een dag, denk ik. En met een glimlach staar ik naar de kier tussen de gordijnen.
 dot