week 19 | 08.05.08 | 19:05 | Rob | Door RobW

Wens

“Speelt er al wat concreets op het gebied van werk?”, vraagt vriend R.
We zitten bij café Thijsen in de zon een kop koffie te drinken. Ik vertel hem over de stichting waar ik gesolliciteerd heb. Dat ik eigenlijk te laat was om nog in de procedure mee te gaan. Dat ze me vroeg om toch maar een brief en CV te sturen en dat ze zou proberen om me er tussen te krijgen. Ondanks dat er al kandidaten in de derde rondegesprekken zaten.

Ik leg hem uit dat de stichting zich inzet voor het behoud van de Oerang Oetan en hippe feesten organiseert in Amsterdam. Als ik klaar ben zegt R. “Echt iets voor jou”
Ik geef toe dat het voor het eerst iets is waar ik een goed gevoel over heb. Ik heb inmiddels twee gesprekken gehad en het zou zomaar kunnen dat ik het ga worden. Althans, zo voelt het. Dat de sollicitatieprocedure lang duurt en niet superprofessioneel wordt afgehandeld, zie ik als een ‘schattig’ nadeel van een non-profit organisatie. Eigenlijk lijkt deze baan me geweldig.

“Maar weet je. Eigenlijk wil ik deze zomer helemaal niet ergens werken. Misschien voor een paar dagen per week, maar liever niet full-time. Ik wil deze zomer echt flink gaan schrijven en met werk, mooi weer en vakanties wordt dat een lastig verhaal”
Ik neem een slok van mijn koffie.
“Het klinkt misschien raar. Maar alhoewel dit een ideale baan voor mij lijkt, hoop ik stiekem dat ik deze zomer lekker aan mijn boek kan gaan werken. In plaats van in loondienst”

Vijf minuten later gaan de telefoon. Ik neem op en loop even weg van het terras. Als ik terugkom ga ik zuchtend zitten. “Het was de stichting. Ik ben het niet geworden”, zeg ik tegen R.

Het is nu al de zĂłveelste keer in korte tijd dat mijn wens wel heel snel bewaarheid wordt. En terwijl ik net nog wenste dat ik voorlopig lekker aan mijn boek kon gaan werken, voel ik toch teleurstelling. Volgende week maar weer eens gaan solliciteren.dot