week 19 | 09.05.08 | 11:58 | Anne | Door AnneB

Afgeschilderd

Ons filmplan ‘Zwemparadijs’, over twee jonge meisjes die voor het eerst een dagje alleen gaan zwemmen, was door de eerste ronde van Rotterdams Kort gekomen. Voor de tweede selectieronde mochten Lotte en ik met onze producent Joost naar het Filmfonds komen om ons plan te pitchen aan ‘de commissie’.

De avond van te voren sliep ik bij Lotte. Voor de spiegel maakten we overmoedige grappen over onze pitch. Dat we ‘borstcrawlend’ binnen zouden komen, ons praatje al dansend en beatboxend zouden uitvoeren en dat we misschien maar allemaal, inclusief Joost, in bikini moesten gaan. De volgende dag was het uiteraard gedaan met deze praatjes. Nagelbijtend zaten we te wachten tot we aan de beurt waren.

De pitch ging in een woord geweldig. Eenmaal voor de commissie verdwenen onze zenuwen als sneeuw voor de zon. Onze gedegen voorbereiding betaalde flink uit; het ingestudeerde praatje kwam eruit alsof we het ter plekke verzonnen, we kregen ze aan het lachen en konden al hun vragen goed beantwoorden. Gevleugeld kwamen we het Filmfonds weer uit. ‘We nailed it man!’

Uitgelaten daalden we neer op een terras waar ook klasgenoot Michael met zijn producent zat. Hun plan was ook door de eerste ronde gekomen en ze hadden het vlak voor ons gepitcht. De zon scheen, we waren opgelucht, de zenuwen maakten plaats voor overmoed. Met bier en bitterballen proostten we op de overwinning.  

Drie rondjes later gingen Lotte, Michael en ik terug naar Amsterdam. Op weg naar het station werd Lotte gebeld door Joost. Ik keek gespannen toe. ‘Niet?’ zei ze, waarna ze me beteuterd aankeek. Nog geen minuut later werd ook Michael door zijn producent gebeld. Ook zijn gezicht betrok. Temidden van de drukte op het stationsplein stonden wij verslagen bij elkaar. Afgewezen. Alle moeite voor niets. 

De trein zat tot aan de nok toe gevuld met de avondspits. Als een stel verloren katjes zaten we in het gangpad op de grond te balen en klagen. ‘Welkom in de filmwereld,’ zuchtte Michael, ‘Tachtig afwijzingen tegenover een toewijzing’ Een zonverbrande man met kleren onder de verfvlekken had ons gesprek gevolgd en keek met pretoogjes op ons neer. ‘Waren jullie nou maar schilder geworden he?’ zei hij. Wij lachten maar wat met hem mee, maar dachten allemaal hetzelfde; ‘Dat was misschien nog niet eens zo’n gek idee geweest’dot