week 23 | 05.06.08 | 18:10 | Anne | Door AnneB

Op de boerderie

Het is donker als ik wakker word. Heel donker. En er staat kippenvel op mijn benen. Ik adem een paar keer diep in. Elke keer dat ik dit doe ruik ik groen. Hoe dat ‘groen’ precies ruikt kan ik niet zo goed uitleggen, maar je moet maar van me aannemen dat mocht je het een keertje ruiken je het direct als ‘groen’ zal herkennen.

Ik lig in onze tent op het erf van boer Wouter en boerin Thea. Morgenochtend gaan we kijken of de kippen eieren hebben gelegd, of de jonge katjes zin hebben om te spelen en of het kalfje nog melk lust. Hoor je al die vogels fluiten? Een heel koor vliegt er hier door de bomen. Hoeveel zijn het er wel niet? Honderd? Driehonderd? Duizend?

Mijn vingers wiebelen onder het dekbed. Die tien kleine eigenwijzen hebben me toch maar mooi geholpen die speelfilm van 120 pagina’s op papier te knallen. En daar mogen ze best wat waardering voor krijgen. Eventjes een paar dagen alleen maar schapen aaien in plaats van toetsen. Hetzelfde geldt voor de geest; het enige dat die moet doen is niet vergeten af en toe een flink blok hout in de houtkachel te gooien. Maar zelfs dat lijkt soms al teveel gevraagd.

Ik rol op mijn zij en trek mijn benen hoog op. Het wordt alweer een beetje licht. De haan kraait, de lammetjes blaten. Wat is dat toch een grappig en geruststellend geluid. Als ik echt volwassen ben, ooit, dan ga ik ook op het platteland wonen. Met mijn eigen schapen en mijn eigen kat. Tot die tijd probeer ik maar tijdens dit soort uitjes zoveel mogelijk van de natuur te genieten. Het is de enige plek waar ik echt ontspan.

Nog eenmaal haal ik diep adem en laat het groen zich tot in mijn tenen verspreiden. Dan val ik weer in een diepe, diepe slaap.

konijntjeklein1.jpgpoessieklein.jpgkoetjesklein.jpgkalfieklein.jpgtraktorklein.jpgdot