week 28 | 08.07.08 | 19:54 | JanVanT |Webstrijd 2008 | Door powerranger

De Gambiaanse bruiloft (1)

Bloggen zonder stroom is lastig, maar probeer het maar eens met Banjul Belly, AKA Montezuma’s Revenge, AKA diarree. Hoe ik er aan kwam? Dat lees je in het volgende spannende avontuur over de Gambiaanse bruiloft.

Je weet pas dat je leeft als je lijdt. Twee volle dagen heb ik kotsend en schijtend doorgebracht in een vreemd land, Gambia. Ik ben hier nu op bezoek bij mijn zus die er woont, onderzoek doet naar HIV/AIDS en die hier de liefde heeft gevonden. Als gevolg daarvan heeft ze een schattig meisje gebaard, Tilia. Ik denk dat ik de afgelopen dagen net zoveel heb gekakt en gevomeerd als die vier maanden oude spruit in een week doet. En dat zegt iets, want baby’s kotsen en poepen dat het een lieve lust is. Maar hoe heeft het zo ver kunnen komen? Ik steek het op de Gambiaanse bruiloft. Het verhaal over dat feest volgt in twee delen, want te lang, daar houdt de gemiddelde bloglezer niet van.

Vrijdagmiddag komt mijn zus Carla terug van haar werk. We stappen in de Landrover van haar vriend. Baby Tilia wordt in het kinderzitje op de bijrijderstoel gesnoerd. We rijden richting het bruiloftsfeest waar Ibrahma, de Islamitische nachtwaker van het huis ons voor heeft uitgenodigd. Onderweg zien we veel uithangborden van Africel en Comisol, de twee concurrerende telefoonproviders van Gambia. Er staan ook veel liftende mensen langs de asfaltwegen. Ze wachten op bushtaxi’s of gulle automobilisten. De wegen zelf zijn recht aangelegd. Ze voeren langs rijstvelden, half afgebouwde villa’s, hotels, kleine supermarktjes en af en toe een opeenhoping van winkeltjes. Langs die winkeltjes lopen zandwegen dwars op de asfaltwegen. Aan die zandwegen wonen de meeste mensen in compounds, gemaakt van blikken daken, lemen muren en stokken als stutbalken. Riolen zijn open in die wijken, die we in beschaafd Nederlands krottenwijken noemen.

De zandwegen zijn viezer dan de asfaltwegen, maar ze zijn wel veiliger. “Mensen rijden hier als gekken”, zegt mijn zus. “Laatst draaide een collega de weg op om linksaf te slaan. Een mafkees die veel te hard reed, knalde van rechts op zijn auto. Die sloeg om en daarbij verbrijzelde de vrouw van de collega haar arm. De man die te snel reed kon net zijn auto uit klimmen, maar hij moest daarna door de politie worden ontzet. De omstanders, die eerst de auto van de collega hadden rechtgeduwd, wilden hem lynchen. Bij de rechtbank verklaarde de man dat het Allah’s wil was dat hij zo snel reed.” Daarom wil mijn zus liever niet dat ik met de fiets langs geasfalteerde wegen rij. Aan de rand van zo’n weg vangt Ibrahma ons op.

Carla draait de weg af, het roodbruine zand op. Ibrahma stapt in en loodst ons de volgende halve kilometer naar het feest. Daar aangekomen stappen we uit, lopen we langs de gasbetonnen omheining van het huis waar het feest wordt gegeven en vervolgens lopen we de tuin binnen. Ik ben geen wereldvreemde kneus, maar zoveel zeer donker gekleurde mensen heb ik nog nooit bij elkaar gezien, zelfs niet in films van Eddy Murphy.

Overal zijn zeer donker gekleurde mensen. Ze roeren in grote pannen die op houtvuurtjes staan, ze zitten met velen op plastic tuinstoelen onder grote mangobomen, ze liggen te chillen onder een door de zon geblakerd dekzeil waar vaag UHNCR op te lezen is, ze rammen op trommeltjes, blazen op fluitjes, hangen op de veranda van het huis, puilen uit het huis. Zwarte oude vrouwen, jonge vrouwen, lelijke vrouwen, bloedmooie vrouwen, vrouwen met baby’s, vrouwen met witte mooie tanden en vrouwen met maar een bruin tandje. Maar allemaal met felgekleurde gewaden. De mannen zijn in de minderheid. Ze hangen maar wat rond. Alleen de muzikanten zijn druk in de weer. Met een heel simpel soundsystem (de al eerder genoemde trommels en fluiten, een microfoon, een versterker uit het jaar nul en een megafoon als luidspreker) krijgen ze alle dames keihard aan het dansen. Een kale Afrikaan met een lelijke zonnebril fluit zo hard dat zijn wangen en de aders op zijn voorhoofd bol staan. “Als die ader knapt en het bloed in het rond spuit, gaat het feest pas echt los”, zeg ik tegen Carla. Ibrahma wenkt ons het huis in.

Morgen deel twee.dot