week 28 | 11.07.08 | 00:30 | Blog |RoosG |Webstrijd 2008 | Door RoosG

Met jou in een hotel

Wapperende vitrage en je lichaam dat daar ligt.
Jóuw lichaam dat daar ligt.
Je lijkt een beetje dood.
Maar je slaapt. En ik niet.
De vergankelijkheid houdt mij wakker.
De jouwe. En de mijne.

Wolken voor me, achter het raam.
De wind blaast ze voorbij en ik verlies ze uit het oog.
Net zoals wij een soort van voorbijgaan zijn
voor het oog van de tijd.

Ja. Op een dag zijn wij voorbij.
En als het goed is, als het dan toch moet,
zal jij mij voorgaan.
Zoals je altijd in alles bent voorgegaan.
Met liefde en méér nog dan dat,
maar waar geen woorden voor bestaan.

En ik denk aan de landschappen die we voorbij raasden,
de momenten die we voorbij haastten.
Aan alles wat ik voor je zou willen worden en niet ben.
Een danseres met veel succes.
Een vrouw met een diploma.
Een prater met publiek.

En dat wat ik ben
en dat wat ik altijd was,
alles wat jij verlangde,
ligt nu hier naast jou.
Je dochter.
Meer hoef ik niet te zijn nu.

De wind is gaan liggen.
Doodstil is het.
Ik kijk nog even naar je voor ik me omdraai.
Ja.
Je ademt.
Godzijdank.
dot