week 29 | 17.07.08 | 10:10 | Muziek |SanneVanA |Tijdschrift Viva |Webstrijd 2008 | Door powerranger

De Afrikaanse trommelmeneer

Wind, regen, storm, hagel? Hij zit er. Niemand in de stad? Hij zit er. Kerstinkopen doen in een krioelende mensenmassa met je hoofd naar de grond en je humeur ver te zoeken? Hij zit er. De Afrikaanse meneer met de Afrikaanse trommels zit er, áltijd. Zijn rasta’s, elk jaar weer iets langer, wapperen vrolijk mee als hij zijn hoofd schudt op de maat van zijn muziek.

Met een deels tandeloze lach trommelt hij erop los, zwaaiend naar alle kindjes die langskomen. Standaard huppelen ze verder, meegetrokken door hun geïrriteerde vader of moeder. Hij lachte gewoon door. Hij is het gewend, vrees ik. Zijn gezang is altijd van ver te horen. Het klinkt als le-olé-oloeloeloe of mako-tako-toooooooooooooo. Ik vraag me vaak af wat hij zingt. Zou het wel een taal zijn? Of zingt hij puur wat er in zijn vrolijke ziel komt opborrelen?
Over die vrolijke ziel twijfel ik wel eens. Zijn gezicht zit vol met littekens en die tanden, die vallen er niet zomaar uit. Maar toch; hij is in zijn element, daar op de hoek van de straat.

Stiekem ben ik jaloers. Ik zou ook wel zómaar op straat willen gaan zitten, en doen wat er in me opkomt. Zeggen wat er in me opkomt. Zíngen wat er in me opkomt. Geloof me, daar wordt niemand gelukkiger van. Ik zou, mocht ik de zelfdestructieve neiging hebben om mijn onkunde te laten bevestigen door Henk-Jan Smits, zo iemand zijn die in de best-of-Idols-compilatie zou terugkomen. Best-of-mislukkelingen welteverstaan, tussen Herman en een compilatie van Shakira-toetakelende “zangeressen”. Doe ik dus niet. Of dat nou gebrek aan durf of teveel aan zelfkennis is, is me om het even.

Iedereen heeft een mening over de trommelmeneer. ‘Laat hem een échte baan zoeken’, ‘heeft die man niets beters te doen’, ‘wat een herrie’ en ‘mag dat zomaar zonder vergunning’.
Zure mensen. Wanneer ik de deur van mijn stadspaleisje uitstap, zo de zonnige straat op, hoor ik hem in de verte. Als ik mijn ogen sluit, waan ik me op een strand met lachende mensen. Ik maak een huppeltje terwijl ik naar het station loop. Eén huppeltje. Want anders is het misschien raar.

CC foto: naughton321 dot