Het Grote Moeten
Vorige week heb ik weer braaf mijn belastingaangifte ingevuld. Dat moet, anders krijg ik straf van de belastingdienst.Niet meer roken in het café, geen illegale films downloaden van het net, niet praten in een stiltecoupé en op de snelweg niet op de linker rijbaan blijven hangen: voor een ordelijke samenleving moet ik me netjes aan de regels houden, anders zwaait er wat.
Om alle regels en Het Grote Moeten enigszins te ontlopen heb ik veel van mijn basisbehoeften in tweevoud. Twee appartementen (als Rotterdam me benauwd vlucht ik naar B.’s etage in de hoofdstad), twee banen (thuis schrijven en op kantoor ontwerpen doorbreekt de wekelijkse sleur) en twee bankrekeningen (een reservepasje om lekker tóch dat rokje te kunnen kopen bij H&M).
(Ik heb zelfs twee exemplaren van mijn echtgenoot, want die heeft een eeneiige tweelingbroer. Maar dat terzijde.)
Het Grote Moeten achtervolgt me nu zelfs op mijn werk. Voor de lunch is mijn oog gevallen op het Broodje Van De Week: een ciabatta met tonijnsalade. Dat lijkt me wel wat.
‘Die graag,’ wijs ik naar het showmodel in de vitrine.
‘Dat duurt nog tien minuten, de ciabattas zijn net de oven in,’ zegt de kantinejuffrouw.
Zo veel tijd heb ik niet.
‘En die? Die zijn toch ook goed?’
Ik wijs naar een mand vol afgebakken volkorenpuntjes.
‘Dat mag niet.’ De kantinejuffrouw slaat demonstratief haar armen over elkaar. ‘Die zijn niet Het Broodje Van De Week. Tonijnsalade mag alleen op een ciabatta en die liggen in de oven.’
Ik adem een walm van ergernis in haar gezicht. ‘Joh, wat kan jou het schelen. Doe mij gewoon zo’n bruin broodje, geen hond die het ziet.’
De kantinejuffrouw trekt haar wenkbrauw op en kijkt heel streng. ‘Dat is tegen de regels. Als ik één uitzondering maak is straks het einde zoek.’
Mijn handen jeuken om haar over de toonbank te trekken. Stoom spuit in rechte strepen uit mijn oren. De kantinejuffrouw is niet onder de indruk. Ik zucht nog eens diep, iets harder nu, en wip ongeduldig van mijn ene voet op de andere. Voor de vorm kreun ik er een beetje bij.
De kantinejuffrouw blijkt stiekem toch wel in voor een verzetje. ‘Vooruit. Voor deze ene keer smeer ik je tonijnsalade op een volkorenpunt. Als je het maar tegen niemand zegt.’
Triomfantelijk werk ik even later mijn lunch naar binnen. Een Broodje Tegen De Regels smaakte nooit zo lekker.


















7 reacties
"Ik heb zelfs twee exemplaren van mijn echtgenoot, want die heeft een eeneiige tweelingbroer."
Hahaha!
Het kan aan mij liggen, maar ik begrijp niet zo goed hoe twee van alles hebben helpt tegen regels en moeten? Verder leuk stukje. :)
@elev
als het ene moeten dan gaat benauwen heeft ze nog een alternatief in dezelfde categorie achter de hand... dat maakte ik er uit op tenminste :)
@plukvandepettefl: zo is het.
@ elev: dank je ;0)
Waaah, ik heb óók een exacte kopie van mijn vent :-)
Handig he!
@Sanne: de eerste keer dat ik zijn tweelingbroer ontmoette kon ik mijn ogen er niet vanaf houden. Het werd een spelletje Zoek De Verschillen. Soms zorgt het ook voor grappige situaties. B is muzikant en J regisseur, ze bewegen dus (afzonderlijk) een beetje in hetzelfde cirkeltje. Dus komt het wel eens voor dat B. wel eens enthousiast wordt begroet of aangesproken door vrienden van J. en andersom. 'Ja maar, ik bén J. niet!', van die dingen. Lachen...
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen: Inloggen of registreren