week 30 | 21.07.08 | 16:11 | Blog |RoosG |Webstrijd 2008 | Door powerranger

De vrouwen voor mij

TOET TOEEEET!! Doet mijn vader in de ronkende auto buiten.
Mijn moeder doet net alsof ze niks hoort en begint aan
een geheel nieuw onderwerp. Stervende tante Bep is nog
niet aan de orde geweest. Mijn moeder stáát al wel
en ze heeft óók al haar jas aan, maar dat zégt helemaal
nog niks. Mijn moeder heeft nog veels te veel te vertellen.
Tussen jas en sjaal door wordt nog zeker
de hele familie even doorgenomen. Een familie die steeds
kleiner wordt. Een oude vertrouwde huid die
plaats maakt voor een nieuwe. Voor mij en mijn
kinderen, mijn zus en haar gezin, mijn zwagers, schoonzussen
en hún kinderen. Wat zij voor mij zijn, is mijn oude familie
voor mijn moeder. Ik sta alleen nog via mijn moeder in contact
met hen. Dat is nu eenmaal zo gegaan. Te oud, te ver weg.

Mijn oude familie is ook compleet van een andere generatie.
Sommige dingen zei je gewoon niet. En ik zei alles.
Ik weet nog goed dat ik in het verjaardagskringetje
van mijn oma trots vertelde dat ik een leuke broek gekocht
had voor maar een páár gulden.
Alle grijze kunsterig gevlochten knotten die net met hun
zilveren gebakslepeltjes in een onmogelijke tompoes zaten te prikken
draaiden mijn kant op en keken mij vanachter hun brilletje zwijgend aan.
STTTTTT! deden mijn oma’s ogen. Zoiets zég je niet,
dat hoeft niemand te weten. En zelfs dat zei ze dus niet.
En over gevoelens praatte je al helemáál niet.
Er was altijd een zekere afstand. Waarom?
Die gevoelens moeten er ongetwijfeld geweest zijn,
maar ik heb het nooit gemerkt. Wélke tijdsgeest hield hen tegen?

Ik had zo graag met mijn oma willen práten.
Hoe zij haar leven beleefd heeft,
hoe zij het allemaal gedaan heeft en wat het met haar deed.
Daar hebben wij het nooit over gehad.
Ze is zwijgend met haar hand in mijn hand gestorven.
En door haar zwijgen wist ik óók niet goed wat te zeggen.
Ik kon slechts zachtjes en liefdevol in haar handen knijpen.
Dat zij er was en ik er ben en dat het goed is zo.
Haar grote hart en haar lieve ogen en haar onvertelde verhalen
zouden gaan, maar dat ik een kind van haar ben, zou blijven.
En ik weet zeker dat zij ergens hierbuiten geduldig
op mij staat te wachten, terwijl ik hierbinnen mijn verhaal doe,
zo tussen mijn wieg en mijn graf in
en dat we straks samen toch een potje
gaan lachen om dat maffe leven ”beneden”.

Oh! Daar stapt mijn moeder dan eindelijk in.
TOET TOEEEETTT!! Dag mam, dag pap, tot de volgende keer!
Ik zwaai tot ze uit het zicht zijn verdwenen
en ga verder met mijn leven
die mede mogelijk is gemaakt door hen.
Mooier kan het niet.
En beter zou ik het niet kunnen.
Laat dat duidelijk zijn.


En dan voor het zomergevoel twee foto’s.
Van mijn méést naaste familie en
het strandhuisje dat van onze oma was.

Ik mis het nog elke zomer.dot