week 30 | 22.07.08 | 23:57 | Kinderen |RoosG |Webstrijd 2008 | Door powerranger

Voor even God

Als jullie slapen, begin ik met dromen.
Dan is er stilte. Dan is er rust.
Ruimte om nóg meer van jullie te houden.

Dan kijk ik vaak nog even stiekem om het hoekje
van jullie slaapkamer, om te kijken of het licht uit is,
de dekens jullie warm houden, leg ik een been die
slap langs de rand hangt terug, draai ik een wit warm lijfje
weer andersom in bed en haal zachtjes die harde pop waar zo
moederlijk van wordt gehouden uit die liefdevolle omarming.

Soms..nee..váák, leg ik mijn hoofd op die plek en kijk.
Kijk alleen maar. Naar dat wangetje, naar die wimpertjes,
dat neusje, die warrige haartjes. Zo vertrouwd en dichtbij.

Soms weet ik nog hoe het was toen ik me niet kon
voorstellen dat ik kinderen zou hebben. Vroeger stond ik er ook
niet echt vaak bij stil, dat was meer voor héél later. Zelfs een jaar
voor de geboorte van mijn eerste kind leek dat iets voor
héél later. Net zoiets als met doodgaan. Dat is ooit. Maar niet nu.
En toen ik zwanger was kon ik me nog steeds niet voorstellen
hoe het zou zijn om een kindje te hebben van jouzelf en hem en hoe
dat eruit zou zien en hoe dat zou gaan en hoe dat zou voelen.
Ik heb zelfs wel eens een pasfoto van mij en van mijn vriendje
dicht naast elkaar gehouden en dan zo lang kijken tot die
twee in elkaar overvloeiden. Maar dat leek nergens op.
Mijn vriend (die overigens nog blijer was dan ik
en mij op de hoogte hield van álles wat op babygebied te
lezen viel (11 jaar geleden he, heej heej, geen internet),
vond het iets heel engs op de dag van de bevalling,
hij was plotseling heel bang dat er misschien iets heel griezeligs
uit mij zou komen. Er volgde inderdaad een compleet horrorscenario
waarbij hij hulpeloos moest toekijken (ik herinner me witte muren,
witte jassen en daartussendoor twee héle grote opengesperde ogen),
maar daar kwam dan toch eindelijk een normale baby tevoorschijn
die hij herkénde. Dat was…dat was…zijn dochter!!!

Tjee..eh..waar ben ik nu eigenlijk met mijn verhaal,
hier wilde ik het helemaal niet over hebben. Ik dwaal hopeloos
af. Ik wilde vertellen hoe het is om kinderen te hébben,
niet hoe het is om ze te krijgen. Wat kan jullie dat schelen.

Kinderen hebben.
Natuurlijk héb je ze niet. Je hebt ze gekregen
en jij mag er voor zorgen. Zo zie ik het en zo is het.

En als ze klein zijn ben je álles voor ze.
Zo onvoorstelbaar veel álles.
En zij betekenen zo onvoorstelbaar veel alles voor jou.
En ineens is daar ook een liefde die je nog niet kende.
Ineens kan je sterven voor iemand. Als dat zou moeten.
Maar dat is het laatste wat je wilt, want je wilt beléven.
Alles meemaken van dit nieuwe leven in jouw armen.
En dan gaan ze kruipen en dan gaan ze lopen
en voor je het weet heb je een huis vol leven. En in die
fase zit ik nu dus. Een huis vol leven.

Er is een elfje dat hier rond mijn benen dwarrelt
(maar ze vind zichzelf een ballerina) en er is een koning
met een gebroken kroon. Er is geschreeuw, gehuil, gelach,
gedans. En alles is mogelijk.
Als ik zeg dat ze een ballerina is, dan is ze dat ook.
Dan glimlacht ze voldaan en twinkelt met haar ogen.
Een beetje zo
(maar ik geloof dat ze op deze foto nog prinses wilde zijn):

En elke avond lig ik prinsheerlijk tussen mijn koning
en mijn prinses..eh..ballerina.
Dan lees ik wat voor, dan zingen we wat
en daarna proberen ze mij nog héél veel te vertellen,
terwijl ze eigenlijk eindelijk stil moeten zijn.
En dan zou ik bijna wat missen als ik niet stiekem zou luisteren.
Want dan zegt mijn zoontje van vier zoiets als wat hij gisteren zei:
”Mama…mama….jij bent God”.
En als blijkt dat ik hem goed heb verstaan vraag ik verbaasd:
”Maar.. wat ís God?”.

”Dat is iemand die je knuffelt en dan hoef je nóóit meer te huilen”

Een mama is álles voor ze.
Hun eigen God.
En God, wat heb ik hem geknuffeld.

Maar dan  moeten ze de volgende dag toch wel weer huilen natuurlijk.
En dan ben ik stóm. Hééééél stom!
En vinden ze me nóóóóóit meer lief.

Voor eventjes dan.dot