week 30 | 23.07.08 | 13:56 | Blog |CathelijneB |Webstrijd 2008 | Door powerranger

Gene

Ik maak er geen geheim van: ik hou van tapdansen en jazzmuziek. Dat komt door de bigband platen van mijn vader en de MGM-films die hij voor mij verzamelde: Amerikaanse musicals uit de jaren veertig en vijftig waarin getapt, gezongen, geswingt en geflirt werd tot mijn kleine hoofdje er van ging tollen.

Ik verslond de videobanden tot het lint verpulverde. Vals als een kraai zong ik als Judy Garland en stopte knikkers tussen mijn tenen om op de tegels te tappen als Fred Astaire. Maar hoe Fred ook zijn best deed, hij haalde het niet bij die ene man die mijn hart sneller deed kloppen en mij liet blozen als een tomaat.

Gene Kelly was mijn eerste liefde. Ik was zes, hij was dertig, maar in de liefde speelt leeftijd geen rol. Met zijn zwarte haren en donkere pretogen verleidde hij zijn tegenspeelsters met stomende paringsdans of zong hen ongegeneerd het bed in. Gene was een atleet, kronkelde hitsig om mooie vrouwen, tapte op rolschaatsen door de straten of zwaaide als een casanova aan een touw.

De toon voor mijn keus van mannen was gezet. Op mijn dertiende werd ik hopeloos verliefd op S., mijn eigen, kleine Gene: een gespierde jongen met zwart haar en dezelfde ondeugende pretogen. Ik zat op een roze wolk, maar donderde er keihard van af toen bleek dat S. geen noot kon zingen en liever hockeyde dan mij dansend door de slaapkamer te dragen. Met S. is het nooit wat geworden, en jongens die op Gene Kelly lijken bleken net zo moeilijk te vinden als een acceptabele variant op Johnny Depp.

Drieëntwintig jaar later kwam alles toch nog goed. Mijn geliefde B. lijkt voor geen meter op Gene Kelly, maar je kunt niet alles hebben. De jazz is gebleven, net als het stijlvolle pak, maar zonder de glanzende tapschoenen. Maar ach, dat zie ik graag door de vingers, zolang B. me maar af en toe in zijn armen door de kamer zwiert.

CC foto: rolfsith

dot