week 31 | 28.07.08 | 18:08 | CathelijneB |Webstrijd 2008 | Door CathelijneB

Hamsteren

B. kan niets weggooien. Dat heeft hij van zijn moeder. In hun huis met een groot gezin werd vroeger ook niets opgeruimd of weggegooid, dus ik kan het ‘m niet kwalijk nemen.

(Of het heeft iets te maken met het slecht doorkomen van zijn anale fase, maar dat is speculeren.)

 

In B.’s kledingkast hangen nog jassen en pakken uit begin jaren negentig die hij sindsdien niet meer heeft gedragen. Op de immense schoudervullingen en oversized revers zit een grijze laag stof. Motten hebben gaatjes in de voeringen gebeten. Maar weggooien is verboden.

‘Je weet nooit wanneer die dingen weer in de mode komen,’ is zijn argument.

Tegenspreken heeft geen zin, de pakken gaan de deur niet uit.

 

Tijdens de lunch vertel ik B.’s moeder over de verzamelwoede van haar zoon. Ik lach er vrolijk bij en hoop op bijval.

‘Nou,’ zegt mijn schoonmoeder A., ‘ik kan me dat heel goed voorstellen. Zo’n oude jas, die doe je niet zomaar weg.’

Ik trek mijn wenkbrauwen op.

‘Het zijn jassen en pakken van vóór de oorlog’, leg ik uit. ‘Wat moet je met die stofhappende troep.’

‘De auto wassen,’ zegt A. droogjes en neemt een slokje van haar koffie.

Ik schiet in de lach. ‘In een jas vol mottengaten?’

‘Of een ander klusje. Daar zijn oude kledingstukken voor.’

‘Maar dan doe je toch een lekkere trui aan’, probeer ik, ‘of in elk geval iets wat makkelijk zit?’

A. is het er niet mee eens. 

‘Zo’n jas is juist heel praktisch, vooral in de winter. Als je in de  kou je auto wilt wassen weet je: daar heb ik de perfecte jas voor hangen.’ 

Vergenoegd knabbelt ze op haar koekje. Mijn mond valt open van verbazing. 

‘Hoe vaak ga je nou in de winter je auto wassen, 

in de vrieskou?’

‘Misschien wel nooit,’ lacht A. ‘Maar als je er plotseling zin in hebt, heb je er in elk geval de geschikte jas voor.’

 

’s Avonds belt vriendin M. Ze heeft uitgerekend vanmiddag geholpen met het uitmesten van haar moeders kledingkast.

‘Vreselijk was het,’ klaagt ze, ‘dat mens kan echt níets weggooien.’

Ik vertel haar over A. en de jas.

‘Vanmiddag ging het met mam precies zó!’, schatert M. ‘Op een gegeven moment stonden we tegelijk aan dezelfde fleecetrui te trekken. Ze wilde hem persé houden vanwege een opbergzak aan de voorkant. Geen gezicht: alsof je 14 maanden zwanger bent.’

‘Misschien kunnen we de moeders op weggooicursus doen’, stel ik voor.

‘Goed idee,’ zegt M. ‘Ik ga meteen googelen.’ 

Dan bestel ik vast een container.

 

CC foto: djbradydot