week 15 | 06.04.09 | 17:07 | Blog |Filmpjes |Psyche |Sheila |Sport |Vlogs | Door SheilaS

Marathonfilmpjes (3!)

Gisteren: om 06.10 uur gaat de wekker. Een minuut of tien later rol ik uit mijn bed. Pik Gert Jan op, zet mijn fiets op slot, hij stempelt onze treinkaartjes en samen met Eric stappen we op de trein. Op naar Rotterdam. Op naar de marathon.

Gert Jan en Eric zijn al akelig wakker. Ik ben vrij stil. Nog niet wakker. En toch wel ernstige twijfels. Slechts twee keer per week gelopen… Dat is gewoon níet veel.

In de trein gevraagd wat de mannen hopen te lopen. En ja, je ziet je mijn slaperige hoofd ;)

Als een kip zonder kop volg ik de mannen naar ‘de afhaal’ (lees: geen idee waar we naartoe lopen). Hier kunnen we ons startnummer ophalen. Er zijn rijen voor alle mannencategorieën (gaat op leeftijd) en er is één rij (!) voor alle marathonvrouwenrecreanten. Slechts vier kratten met enveloppen!

Ik krijg een tasje met een T-shirt in mijn handen geduwd. Een wit met rood shirt. Hm. Het meisje naast me heeft een wit met groen. Ik vraag: “Waarom heb jij een groene?” De vraag had moeten zijn: “Waarom heb ik een rode?” Pas ‘s avonds in het café blijkt dat ik een mannenshirt heb. Ineens snap ik ook die mannencrème voor de verouderde huid die ik mijn tas met startnummers en shirt vond…

Van de afhaal, wandelen we naar de kleedkamer. Voor iemand met zenuwen nog best een end. Eric ziet vrije plekken op een bankje. Inmiddels word ik bibberig, misselijk en nog net niet groen van ellende.

In de kleedkamer

Omgekleed, geplast en wel: op naar de startvakken. De mannen blijken in vak E te staan, ik in F. Meuh! Niet gezellig! Een paar keer moeten vragen waar ik ‘mijn’ vak vind en hoe ik er kom. Met de andere lopers geperst tussen het publiek links en een hek rechts, zie ik ineens petten. Schrik!

Ongelofelijk stom
“Ik heb mijn pet vergeten!” vertel ik iemand uit het publiek. De vrouw wil me helpen, merk ik, maar ja, die heeft ook geen pet paraat. Ik vertel het de lopers om me heen: “Mijn pet vergeten!” Reactie: “Ik heb er een in mijn tas.” Ik: “Ik ook, wel twee!” Dan sta ik bij de smalle opening naar het startvak. Een jongen van de organisatie begeleidt alles in goede banen. “Jij hebt een pet!” raaskal ik. “Ik ben mijn pet vergeten!” Hij bedenkt zich werkelijk geen seconde, pakt zijn pet en zegt: “Hou maar.”

Ik sta met mijn mond vol tanden. Dat had ik niet verwacht, niet op gehoopt, niet op gerekend. Ik stamel wat woorden. Een man roept: “Zoenen, zoenen!” Ik grijns, pak de jongen bij achterhoofd en kin en duw een vette zoen op zijn wang. Als ik het startvak inloop, breekt de zon door. Oh, wat ben ik blij met die pet!

(Geen zin meer in lezen? Geheel onder staat een derde filmpje!)

Mazzel #2
Omdat ik moet plassen (wederom) duik ik onder een lintje door. Na een kwartier wachten, is de zenuwplas eruit. En ontdek ik dat ik in vak D ben beland. Stiekem best blij mee, want ik loop ex-collega Jurjen tegen het lijf. En voor het eerst kan ik na een startschot lekker op tempo lopen – meestal is het de eerste meters meer wandeljogwandeljog.

Het is overigens heel, heel vreemd. Maar in dat startvak, met Lee Towers die begint te zingen, met al die gezichten om je heen – gespannen, dromerig, lacherig – ik word er emotioneel van. Tijdens de eerste kilometer schoot ik ook een paar keer vol. Al die mensen, al die energie, het is zo geweldig… En dat heb ik niet bij andere afstanden. Toch die marathon…

Ik ga stuk!
Vanaf het begin merk ik: ik ga te snel. Maar Gert Jan had die ochtend nog geroepen dat het niet klopt dat mijn wedstrijdtempo en duurlooptempo vrijwel hetzelfde zijn. En dus dacht ik: goed, ik ga iets rapper, dat schijnt te moeten kunnen. In mijn achterhoofd piepte wel een stem: maar hou je het dan ruim 42 kilometer vol?!

Heu, nee dus. Na de 30 lijkt het alsof er geen zuurstof meer in de lucht zit. Happend naar lucht laat ik mijn hoofd achterover vallen – o ja, niet doen, dan krijg je helemaal niks binnen. Hoofd weer rechtop. Maar vermoeid – en dus kukelt het hoofd weer naar voren. Dat herhaalt zich een keer of wat. Drie keer raden waar ik nu spierpijn heb: in mijn nek.

…wandelen, slik
Tot de 35 sleept de wetenschap dat mijn tijden op Twitter worden gezet me naar de matten: op elke vijfkilomerterpunt wordt je tijd gemeten door middel van een chip aan je schoen. ‘Ik moet volhouden, ze denken dat ik stabiel loop.’ Op de 36 moet ik voor het eerst van mijn hardloopbestaan wandelen tijdens ‘een race’. En op de 38 weer.

Klik voor een vergrotingNet als ik weer op gang kom, hoor ik vriend Gijsbregt iets roepen als: “Sheila! Eindelijk!” Hij roept dat ik nog onder de vier kan lopen. Ik reageer met enkel: “Ik ben stuk!” Hij foetert me uit, dat ik door moet zetten, dat ik moet doorlopen. Ik: “Ik ben stuk!” Hij roept dat hij een foto maakt (een heel charmante, ahem, zie rechts, waarop ik poog te grijnzen). Dan verdwijnt hij uit zicht. Ik roep nog vrij pathetisch in het niets: “Gijsbregt! Help!” Wat me de reactie van een man in het publiek oplevert: “Niet meer schreeuwen nu! Dat kost alleen maar energie!” Ik ben te moe om te reageren.

*Staat emo met tranen in d’r ogen en beseft dat ze de marathon van zich af aan het schrijven is in een veeeeel te lange blog.*

Nog vier kilometer moet ik. Nog. Maar. Vier. Maar ik wil zo graag wandelen. Ik wil zo graag stoppen. Ik denk aan wat Dick zei: ‘op karakter, op publiek’. Ik denk aan hoe ongelofelijk ver vier kilometer wandelen is. Ik denk aan de tijd die ik aan het neerzetten ben. Aan alle mensen die me volgen via Twitter. Ik moet door.

Hoe ik het heb gedaan, ik weet het niet. Ik heb niet meer gewandeld. Op de 40 nog snel iets gedronken maar niet durven stoppen. Voor mijn gevoel kom ik nog nauwelijks vooruit. Ik loop met mijn ogen dicht en dan weer open. De Coolsingel staat vol en het enige wat ik zie, is die finish. Ik begrijp niet waar ik het vandaan heb gehaald, maar ik ren door tot ik over de streep ben. Ik ben stuk. Ik ben stuk!

EHBO
Ik zwalk geloof ik een beetje. Een vrouw van de EHBO trekt me opzij. Ik mag niet verder lopen, tot ze weet dat het goedkomt met me. Ik wil zitten, zitten, zitten. Het mag niet, want dat vindt ze te koud. Ik wil zitten. Mijn g#d, mijn benen zijn zo moe (vorig jaar waren het stijve betonpalen na de finish). Ik verwacht elk moment erdoorheen te zakken. Ik zie een filmcamera en denk: oh help, als mijn moeder dit maar niet ziet.

Als ik lichtelijk zwalkend verder mag, ga ik eerst een halfuur zitten theedrinken bij een stalletje. Warme-thee-met-zonder suiker; ik gooi er een stuk banaan in. Ik lul de jongens – ene Frank en Cosmo – de oren van het hoofd. Ik ben dronken. En zo trots. Ik ben stukgegaan! Ik ga nooit stuk, ben altijd veel te voorzichtig.

Hallo, militair
De organisatie in Rotterdam is nagenoeg perfect. Echt, bewondering alom! Alleen zou de bewegwijzering wat duidelijker mogen. Of ligt het aan mij dat ik geen idee heb hoe ik naar de kleedkamer moet? Na lang zoeken spreek ik een EHBO’er aan. Die verwijst me naar een militair. Die roept een collega. En deze collega stelt voor me even te brengen.

“Mag ik u dan beethouden? Ik vertrouw mijn benen niet zo.” Hij steekt zijn arm uit, ik haak in. Gearmd wandelen we naar de kleedkamer. Militairen die het zien, schieten in de lach. Ik praat honderduit, bied excuses aan en praat weer verder. “U bent lekker warm.” “Ja, maar jij bent ook wel erg koud.”

Praatjes voor tien
Zoals ik alleen maar kon hopen, liep ik na afloop te stuiteren. Omdat ik zo laat binnen kwam, dacht Eric dat ik er 4.30 over had gedaan. Hij valt nog net niet van de bank als ik vertel dat ik ’4.04 nog iets’ heb gelopen (blijkt later 4.02.22).

Nog een filmpje dan -  met met Gert Jan die me ineens gaat interviewen, grijns.

PS Vergeet ik bijna te vertellen dat ik het heb gedaan: ik heb – denk ik, ik was niet zo helder – Aboutaleb op zijn wang gezoend (Aboutaleb was er, dus het kan!)

PPS Ik heb spierpijn, maar heb ook al de trap op gerend! En een verbrande kop, ondanks de pet. En mijn nano, om me net als Nicole me door muziek te laten voortduwen, die heb ik uiteindelijk geen seconde aan gehad (volume ‘dicht’).

PPPS Benieuwd hoeveel mensen het tot hier hebben gelezen ;)

PPPPS Ik denk dat ik ALLE bloglengtewetten heb gebroken!

© foto’s: Gijsbregtdot