week 21 | 21.05.09 | 15:18 | Elvan |Gezondheid |Kinderen |Tijdschrift Viva Mama | Door ElvanB

Oei, ze groeit!

Van de één op de andere dag besloten we zwanger te raken. Er gingen geen zware gesprekken of discussies aan vooraf. Ik riep op een avond “dit is mijn laatste strip hoor, daarna slik ik ‘m niet meer.” Vier maanden later was ik zwanger. Precies een jaar geleden.

Ik herinner me nog dat ik ’s avonds de zwangerschapstest uit de verpakking scheurde er overheen piemelde en vervolgens minutenlang stoïcijns naar de bevestiging zat te staren. Alsof het staafje mij ging vertellen wat de volgende stap was. Ondertussen ging ik terug in de tijd en probeerde te bedenken welke wip zo vruchtbaar was geweest.

Met mijn telefoon maakte ik een foto van de test en stuurde deze naar Nils, waarvan ik wist dat hij in de auto zat onderweg naar huis. Een half uur later wandelde hij met zijn telefoon in zijn hand lachend de woonkamer binnen. Ik stond daar in mijn avondkloffie met in mijn hand hét bewijs en hij had zijn jas nog aan. “En nu?â€, leken onze blikken elkaar te zeggen. Volgens mij hebben we die avond op de bank televisie gekeken. Ik staarde niet verder dan het staafje in mijn handen. Het bewijs heeft nog dagenlang op mijn nachtkastje gelegen.

Maar toen sloeg de twijfel toe. Want ben ik er eigenlijk wel aan toe? Ja, stomme vraag als de celdeling met de snelheid van het licht al gaande is. Maar wat doe ik als het kind gehandicapt blijkt? Of een aandoening heeft? Wat als het kind in mijn buik overlijdt? Of dood geboren wordt? Wat als het kind gezond geboren wordt….en ik er spijt van krijg?! Verschillende scenario’s speelden zich in mijn hoofd af. Antwoorden had ik niet en ik durfde Nils niet lastig te vallen met mijn zorgen. De schat vindt alles best. Al zou ik bevallen van de paashaas, dan zou hij het gewoon een jurkje aandoen en er trots mee door het park wandelen.

Langzaam ebden de twijfels weg, de zorgen daarentegen bleven tot ver na de laatste perswee aanwezig. Toen ik na de bevalling opgelapt was en Irempie gewogen en gewassen in haar plastic bakje bij me mocht hebben, dacht ik dat er iets mis met haar was. Een combinatie van adrenaline, een liter bloedverlies en gierende hormonen deden rare dingen met mij. Ik drukte op de alarmknop en eiste van de verpleegkundige dat ze mij NU eerlijk ging vertellen wat Irem had.

“Wilt u even naar mijn dochter kijken, want ik denk dat er iets mis met haar is,†zei ik. De verpleegkundige bekeek Irem en lachte. “Nee hoor mevrouw, ze doet het hartstikke goed. Er is niets mis mee.†Ik werd toen een beetje kwaad, “Waarom accepteren jullie niet dat ze íets heeft. Ik zal haar heus niet weg doen, nooit!†En terwijl ik dat zei zag ik de verpleegkundige al haar wenkbrauwen optrekken. Er was namelijk helemaal niets met Irem. Wat  bezielde mij in hemelsnaam?

En nu we dat allemaal achter de rug hebben, ben ik in de ban van het ontwikkelingsschema en de groeicurve. Ze kan al een speeltje vasthouden en naar haar mond brengen. En godzijdank kan ze nu ook haar hoofd overeind houden. Ik heb dat arme kind inmiddels zo vaak koppie onder zien gaan in de TummyTub, dat het me niets zou verbazen als ze onderwater kan ademhalen.

Meer foto’s Iremdot