week 22 | 31.05.09 | 16:00 | Robin |Webstrijd 2009 | Door Robin

Bij de laatste vijf

Ik weet het nog goed.
Ik zat in de bus op weg naar mijn ouderlijk huis. Mijn telefoon gaf aan dat ik zeven oproepen gemist had. “Djiez,” dacht ik nog. Ik word nooit zeven keer achter elkaar gebeld. Ik belde terug. En ik zat bij de laatste vijf! Ik heb de bus bij elkaar gegild.

Ik kom uit een klein Brabants dorpje vlakbij Tilburg en de bus die tussen het dorp en Tilburg rijdt is zo’n bus waar vrouwen met takkenbossen op hun hoofd meerijden. Waar de buschauffeur bij iedere boerderij stopt en waar de geiten en de kippen gewoon mee mogen.

En dan iedere vrijdagmiddag rijdt er een meisje mee dat helemaal uit het verre Amsterdam komt.
Met een zware weekendtas vertrek ik iedere vrijdag naar het dorp om te gaan werken. Ik werk in een restaurant waar elke kans wordt aangegrepen om te laten weten dat ik helemaal uit Amsterdam kom. Daarom werk ik er zo graag.

Mijn vriend, een echte Amsterdammer, dacht serieus dat iedereen in mijn dorp elkaar begroet. Toen hij voor het eerst kwam, stak hij zijn hand op tegen iedereen die we tegen kwamen. Mijn vriend staat, zonder het zelf te weten, nu bekend als een overdreven vriendelijke, lange gek die de dochter van de kapper naar Amsterdam heeft ontvoerd.

In Brabant is het echt zo dat als je borsten hebt en achterom komt (van mijn vriend moest ik dit beter uitleggen, het schijnt Brabants te zijn. Achterom betekent dat je door de achterdeur komt, gewoon gezellig informeel.), je automatisch tante bent. Daar had Marc-Marie Huijbrechts helemaal gelijk in.
Het werd zo’n dag waarvan iedereen nog weet waar hij was op het moment dat ik te horen kreeg dat ik bij de laatste vijf zat.
Net zoals iedereen nog weet waar hij was toen hij hoorde van Jan en Yolanthe (serieus nooit gedacht dat zij in een stukje van mij voor zouden komen) en voor het dorp werd die ene vrijdag ook zo’n dag: de dag dat Robin bij de laatste vijf van de Viva zat. Of: Witte gij ut nog van ons Robin?

CC foto: Hidde de Vriesdot