week 26 | 24.06.09 | 17:14 | Marina_V | Relatie | Webstrijd 2009 | Door Marina

Dromen zijn geen bedrog

Twee maanden lang sprak ik met bijna niemand over mijn liefdesverdriet. Soms omdat ik te verdrietig was om te praten. Meestal omdat ik dacht: Je moet geen slapende honden wakker maken. Ik hoopte tenslotte dat het goed zou komen tussen de man van mijn dromen en mij.

Ik was verdrietig omdat ik zeker wist dat wij bij elkaar horen. Vrienden en vriendinnen knikten in de eerste periode meewarig. Natuurlijk hoorden wij bij elkaar. Maar na een tijdje vonden de meesten het nodig om me tot de orde te roepen. “Niets wijst erop dat hij er ook zo over denkt. Je moet echt verder…”, zeiden ze. In eerste instantie wilde ik dat natuurlijk niet horen, maar op een gegeven moment kon ik er niet meer omheen.

Ik vroeg hem zijn laatste spullen op te halen en zijn adres te wijzigen. Ik zei dat ik hem niet meer wilde spreken. Ik wond er geen doekjes meer om als iemand naar ons vroeg. Sterker nog: Ik vond het doodeng, maar ik schreef er zelfs over op viva.nl in de hoop dat dat me zou helpen de harde feiten onder ogen te zien.

Een paar dagen na het schrijven van dat stukje fiets ik van mijn werk naar huis. In de verte denk ik dat ik zijn auto voor de deur zie staan. Dat denk ik drie keer per week. Het begint te wennen. Als ik dichterbij kom, denk ik dat er iemand in die auto zit. Ik vraag me af of ik nu echt aan het doordraaien ben. Dan zie ik aan het kenteken dat het werkelijk zijn auto is. Als ik aan kom fietsen, stapt hij uit. We omhelzen elkaar. We houden elkaar vast. We houden van elkaar. Voor altijd en dat zeggen we ook.

Er is niets dat me gelukkiger had kunnen maken dan dit. Alles voelt alsof het zo moet zijn, alsof het zo hoort. Toch moet ik nog een beetje wennen aan het idee dat alles ineens 180 graden gedraaid is. “Wat moet ik nou in de Viva schrijven?!”, grap ik.

Die avond besluiten we samen uit eten te gaan. Het voelt alsof ik droom wanneer we hand in hand door de stad lopen. Om de paar minuten knijp ik hem even om te voelen of hij echt is. Ik heb hem zo gemist. Alles aan hem. Alles van ons. We staan voor het stoplicht als ik een jongen op slippers zie staan. “Weet je wat ik ook zo gemist heb?!”, roep ik tegen mijn vriendje, die ik nu weer mijn vriendje mag noemen. “Je tenen!” Even is hij stil. Dan zegt hij: “Schrijf dát maar in de Viva.”

© foto: Marinadot