week 26 | 24.06.09 | 15:16 | Gezondheid | Linda | Door Linda S

Wat, niet fietsen?!

Ik negeer orders. Vanaf vandaag overtreed ik elke dag een geschreven regel. Stoppen voor rood, de maximum snelheid, er moet veel gebeuren wil ik lak hebben aan wat verstandige mensen mij adviseren. (Hier mag je vijftig, deze weg mag je niet in, bij deze kassa mag je alleen pinnen.)

De eerste zes weken na de operatie moet ik rustig aan doen. Op dag drie gaat het al fout. Ik heb honger. Een blik in de keuken zegt genoeg: geen brood, koelkast leeg. Wat te doen? Logisch: stap op die fiets en ga boodschappen doen. Zo gezegd, zo gedaan. En daar ging ik de mist in.

Later die dag pak ik mijn een dikke zwarte dossiermap, kruip achter de computer, zet een enorme kop dampende thee voor mijn neus en neem alvast een chocolaatje. Het is weer tijd voor ‘de administratie’. De papieren uit het ziekenhuis zijn nog warm van het kopieerapparaat van Albert Heijn. Vol tegenzin verzamel ik alle gegevens, stop ze in een dikke envelop en stuur het pakket naar meneer de advocaat (via slachtofferhulp gekregen, heel handig bij ongeval met letsel).

Waarom het me altijd zoveel moeite kost, geen idee. Maar om een of andere reden heb ik er een bloedhekel aan informatie over mezelf te ordenen, formulieren te tekenen en enquêtes in te vullen. Liever heb ik hier een PA voor. Maar als net student-af zijnde (Yeah, ik mag het hardop zeggen: ben geslaagd met een 8,5!) heb ik weinig geld voor een Personal Assistent à la Andy Sachs (Anna Hathaway) uit The Devil Wears Prada, die mijn vuile, doch zeer belangrijke werk, voor me opknapt.

Vandaag rollen mijn ogen niet scannend over de letters, maar lees ik de brieven aandachtig door. Huh? Staat er nou echt een kruisje bij: zes weken niet fietsen? Ik ben net op de fiets naar de supermarkt geweest! Maar heus, op de brief van de fysiotherapeut staat dat ik zes weken mijn stalen ros niet mag beklimmen.

Dat kruisje bij autorijden snap ik nog enigszins. En ach, ik heb niet eens een auto. Wat moet ik met zo’n ding in Amsterdam? Een dag je rijtuig parkeren bij mij in straat kost dertig euro (achttien euro leg je neer voor een dagkaart, twaalf voor een aansluitende avondkaart). Grachten die vol staan, eenrichtingsverkeer, parkeerproblemen. Nee, geef mij maar een fiets.

Met de fiets race ik retesnel door onze hoofdstad. Voetgangers, trams, auto’s en andere weggebruikers daarbij behendig ontwijkend (behalve die ene keer dan). Daarnaast is fietsen goed voor mijn recentelijk aangekomen kilo’s (Een paar weken voornamelijk op de bank liggen, niet sporten en alle meegebrachte chocola en snoepzakken zonder schuldgevoel naar binnen werken, heeft mijn voormalig strakke lijntje geen goed gedaan..). En als het even meezit, krijg ik er ook nog een gezond, bruin kleurtje van. Dit maakt mij een fervent voorstander van fietsen.

Heel consequent en met alle gevolgen van dien, overtreed ik dus elke dag die ene geschreven regel. Als ik naar het Vondelpark ga, naar de fysiotherapie fiets, of als ik snel een boodschap doe bij Dirk of Albert Heijn, voel ik me als een dief in de nacht. Alsof ik elk moment betrapt kan worden. Door wie? Die aardige fysiotherapeut uit het ziekenhuis in Oosterhout die het kruisje zette?

CC foto: Jeremy Burgindot