week 29 | 19.07.09 | 19:13 | Elvan |Kinderen |Tijdschrift Viva Mama | Door ElvanB

Winkelwaanzin

Voor de zoveelste keer ros ik met de kinderwagen tegen een berg dozen aan. De stapel lantaarntjes begint gevaarlijk te wankelen. Boos loop ik de winkel uit. Nee, laaiend was ik!

Vroeger winkelde ik wel eens met mijn vader. Die zat jarenlang in een rolstoel en alhoewel hij zichzelf met één hand prima kon voortbewegen, was winkelen toch een ander verhaal. Want probeer je in zo’n rolstoel maar door nauwe gangpaden te manoeuvreren, spullen uit rekken te pakken en terug te zetten. In veel gevallen zagen we maar een derde van de winkel, de rest was ontoegankelijk omdat men het nodig vond alles in de winkel halverwege winkelpaden uit te stallen.

Gisteren was ik in de Xenos op zoek naar wijnglazen. Het rek heb ik alleen van een afstand mogen bezichtigen. Er was geen doorkomen aan. De wielen van de Mutsy, die eigenlijk helemaal niet breed is, kwamen klem te zitten. “Nou, ik kom wel terug wanneer ik alleen ben,” dacht ik. Maar dat kan natuurlijk niet te bedoeling zijn. Iemand in een rolstoel denkt natuurlijk niet “Ik kom wel terug als ik kan lopen.”

Maar ik ben de beroerdste niet. Verderop zag ik een stapel Oosterse lantaarntjes. “Oei, leuk voor bij het keukenraam!”. Wat ik ook probeerde, ik kwam er niet langs. Uiteindelijk heb ik heel voorzichtig de kinderwagen iets opgetild, zodat er een wiel voorbij de onderste doos kon. Hierop begon natuurlijk die hele teringzooi te wankelen. Boos liep ik de tent uit. Het is dat ik een kind in de wagen heb liggen, want dit zijn natuurlijk momenten dat ik die kinderwagen door die berg lantaarns wil rammen. En het liefst schreeuwend door de winkel wil rennen terwijl ik ondertussen als een waanzinnige alles uit de rekken trek.

Op naar de V&D, daar nam ik de lift naar beneden, naar de afdeling met boeken en wijnglazen. Eindelijk een winkel die alles ruim opzet en geen foldermateriaal op gangpaden uitstalt. Fluitend manoeuvreerde ik de kinderwagen door de winkel. Ik nam de lift weer naar boven, naar de afdeling kinderkleding. En voor ik het wist stond de kinderwagen weer vast tussen twee stellingen. Ik moest wat duwen om de wielen los te krijgen en zelfs daar voel ik me dan weer schuldig over. “Ja, sorry,” zei ik tegen een medewerker die boos naar mij keek.

Bij de volgende draai was het weer raak. De Mutsy kwam vast te staan tegen een lege stelling die iemand blijkbaar vergeten was weg te halen. En toen ik deze weghaalde, kwam ik er nog niet doorheen. En dat op de kinderafdeling. Met tegenzin liet ik Irem een gangpad verder even wachten. Een medewerker kwam met een stelling kleren aan en wachtte ongeduldig tot ik de wandelwagen weg zou rijden. “Oh shit, wat stom,” zei ik lachend tegen de medewerker en liep naar de kinderwagen. Ik zette haar op de rem en liep weer terug.

Vervolgens heb ik met satanische genoegen wel een kwartier lang naar een rek met rompertjes gestaard.dot