week 35 | 24.08.09 | 18:14 | Boeken | Eten & drinken | Reizen | Robin | Door Robin

Over de vakantie – deel 1

In de nacht voordat we vertrokken waren Walter en ik nog steeds bezig met “Heb jij dit ingepakt?” en “Hoe laat komt de taxi?” en “Ik hoop zo dat je het leuk vindt…”

Dat laatste zinnetje kwam van mij. Ik nam Walter mee naar een Grieks eiland waar ik al kom vanaf mijn zevende. Ik vind het zo ongeveer het mooiste stukje op aarde, maar wist natuurlijk niet wat Walter ervan zou vinden. Walter zei dat het wel goed zou komen, maar toch.

Het blijft gevaarlijk, mensen meenemen naar een onbekend Grieks eiland. Net zo gevaarlijk als een gast in het restaurant aan me vraagt “Wat zou jij nemen?” en dat ik dan zou antwoorden “Nou ik vind de opgebakken kinderkots om de vingers bij af te likken.” Zo gevaarlijk dus.

Maar oh wat was het fijn en wat werd Walter verliefd op het eiland. En oh wat hebben we vooral niks uitgevoerd. Onze dagen zagen er een beetje zo uit:
Om tien uur werden we wakker. Iedere dag. Zonder wekker. Dan stond Walter meteen op om brood bij het winkeltje te halen en deed ik huiselijke dingen zoals de poesjes melk geven, een handwasje draaien en kalimèra roepen naar iedereen die langsliep.

We namen daarna een duik in het zwembad waar we vergaderden over naar welk strand we zouden kunnen gaan. Allemaal heel vermoeiend en vervelend. Dan klommen we op de scooter en reden naar dat strand waar de he-le middag lagen te lezen. Wat is lezen op het strand fijn! Het is mijn nieuwe lievelings.

Ik las Dertien van David Mitchell uit (mooi, mooi, mooi!), binnen één dag Het Diner van Herman Koch (oh, oh, oh!), ik deed dagen over Eten, Bidden, Beminnen van Elizabeth Gilbert (het deel Italië was om te doen, de rest saaaaaaai) en toen… Mijn nieuwe lievelingsboek: Ik haal je op, ik neem je mee van Nicollò Ammaniti.

Ik hield na het lezen van deze boeken nog vakantie over dus werd ik verplicht om te beginnen in boeken die allemaal begonnen als: “Evan stapte uit de auto en voelde een flinke, stevige vuist tegen zijn mannelijke, hoekige kaak.”

’s Avonds gingen we naar het vleespornoparadijs. Een kleine taverne midden in de bergen waar ze vlees konden klaarmaken alsof er niet één engeltje klaarstond om over je tong te piesen, maar een hele bevolking. We hadden het zwaar.

Na het eten wreven we over onze bolle buiken en zeiden daarbij regelmatig “Oh poh poh” (iets wat Grieks is voor “Jezus ik heb ongeveer drie varkens op en mijn maag staat op knappen.”). Als we iets rustiger aan hadden gedaan met eten dan flaneerden we over de boulevard. En de volgende dag ging precies zo. En dat was heel erg fijn.

(Ik kan natuurlijk niet alles in één stukje proppen, dus daarom in delen. Ik zal het kort houden want niks is zo saai als naar iemands vakantieverhalen luisteren. Maar toch! Het was zo leuk!)

foto: Walter van den Bergdot