week 35 | 26.08.09 | 10:16 | Blog |Marijn |Werk | Door MarijnS

Gezellig aan de belasting

Van uitstel komt afstel, zeggen ze. Was het maar zo’n feest bij de belastingdienst. Geen ontkomen aan bij de blauwebrievenbrigade.

Zeker niet als je freelancer bent en er dus van je verwacht wordt dat je een gedegen administratie bijhoudt. Bij mij bestaat dat uit een paar felgekleurde mappen en her en der een stapel papieren. Als je dat rommelig vindt klinken had je een paar maanden geleden eens bij me moeten rondkijken. Wat enveloppen op de vensterbank, een paar losse flodders folders op mijn bureau en de rest propte ik in mijn persoonlijke opbergsysteem: de grote lade onder mijn bureau. Die mappen zijn dus een grote professionalisering binnen mijn kantoor, dat begrijp je.

Maar desondanks was ik nog niet helemaal klaar voor het grote denk- en rekenwerk in april. Uitstel dus. En nog presteer ik het om tot de laatste week te wachten. En nu is het, net als normaal in april, stressen.

Maar niet voor mij. Wel voor mijn oom. Hij moet die chaos van mij zien om te toveren tot een prachtige, en hopelijk gunstige, inkomstenopgaaf. Want hij kan wonderen verrichten. Nu vind ik iedereen die binnen een minuut een rekensom met een uitkomst boven de tien kan oplossen een ware held, maar dat ter zijde. Hij weet de meest voordelige berekeningen te maken, zonder zich schuldig te maken aan fraude, creatief boekhouden of whatever nog meer niet mag van de mannen in Apeldoorn. Ik zou heel snel té creatief worden. Alle tijdschriften en boeken zijn vakliteratuur, alle reizen zijn beroepsmatig, want zeg nou zelf: daar schrijf ik dan toch ook zeker over? En zo niet, doe ik er in ieder geval ladingen inspiratie op. Elk cadeautje zou ik wel op kunnen voeren als relatiegeschenk en grenzeloos shoppen gaat onder het mom ‘representatieve kosten’. Maar goed dat ik daar ‘een mannetje’ voor heb.

Ik zit nu in de trein en ben op weg naar mijn wonderwerker. Bepakt en bezakt met een laptop vol Exel-schemaatjes, een greep uit de selectie gekleurde mappen en een paar losse blauwe enveloppen. Mijn handjes zijn al aardig klam, aangezien ik zo meteen mijn rugzak op zijn tafel ga omkiepen en moeilijk kijkend en bijtend op mijn onderlip moet aanzien hoe hij zijn weg baant door de chaos. De volgende woorden zullen hem moeten opbeuren:

Ik verzeker je, lieve oom, dat er aan het eind van de lange tunnel vol chaos licht is. Licht, in de vorm van een milde aanslag voor mij en een grote fles wijn voor jou. Ik bedoel dit op de aardigste en dankbaarste manier ooit; Hoe milder de aanslag, hoe groter de fles wijn. Dat snap jij ook wel.

Foto SXC: MeHeredot