week 36 | 03.09.09 | 08:49 | Bloggers |Marjolein |Psyche | Door MarjoleinB

Ooit missen

Ik toets het nummer in van mijn ouders. Lang nadat mijn oma was overleden draaide mijn moeder per ongeluk het nummer van háár ouders nog weleens. Om te vragen hoe het nou ook al weer precies ging met het bakken van die appeltaart. Pas een paar seconden later bedacht ze zich dat ze haar moeder dat niet meer kon vragen.

Ik probeer mijn stem zo normaal mogelijk te laten klinken als mijn moeder opneemt. Al zit er een enorme brok in mijn keel, slaag ik erin haar vrij luchtig te begroeten. Mijn moeder is verrast mij te horen. We hebben namelijk eerder die avond al gebeld. Ik doe net alsof het heel normaal is als ik haar vertel dat ik een film heb gekeken waarin een geliefde dood ging, en dat ik daardoor ineens moest nadenken. Ik vertel haar niet dat ik net keihard gejankt heb, omdat ik me helemaal kon voorstellen dat zij (mijn ouders) er niet meer waren en ik niet zou weten hoe ik dan toch verder zou kunnen en moeten leven.

“Hoe heb jij dat gedaan, toen jouw moeder overleed?” vraag ik haar. Ondanks de verrassing dat ik zo laat nog (een tweede keer) bel en het wellicht wat onverwachte onderwerp, lijkt mijn moeder de vraag heel normaal te vinden. En ze vertelt.

Dat ze het ook niet wist. Maar dat ze door moest gaan. Omdat ik en mijn zus er waren en wij ook liefde en aandacht nodig hadden. Dat we gewoon onze schoen mochten zetten voor Sinterklaas (rond die tijd overleed mijn oma) en dat ze de Sinterklaasliedjes met ons mee zong. Maar wel met tranen in haar ogen. En ik die toen tegen haar zei: “Ik vind jou raar, want je huilt terwijl we Sinterklaasliedjes aan het zingen zijn”.  (Ik was vier jaar)

Dat ze het moeilijk vond dat anderen zo snel klaar waren met het luisteren naar haar verdriet en dat anderen vervolgens over hun moeder gingen zitten klagen. En dat zij dan alleen maar kon denken: die lééft tenminste nog! Dat ze nu, na al die jaren, haar nog steeds wel kan missen.

“Ja” zeg ik. “Ja” zegt zij. Het is even stil. “Kun je nu weer slapen?” grapt ze tegen me. Ik glimlach. Geen goede afsluiting is hier mogelijk. Feit is dat ik het allermeeste van mijn ouders houd, en feit is dat het ontzettend pijn zal doen als ze er niet meer zijn. En dat die pijn wellicht veranderd, maar nooit weg zal gaan. Geen sprookjes hier, geen ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’, geen ‘het komt wel goed’. Eng vind ik het om zo ontzettend van ze te houden omdat ik zo bang ben om ze ooit (en hopelijk duurt het nog heel lang) zo ontzettend te gaan missen.

budhi_logoviva.jpgFoto CCdot