week 39 | 22.09.09 | 09:30 | Robin |Studie | Door Robin

Wat ik zie als ik voor me uit staar

Sinds kort ben ik fan van de Openbare Bibliotheek in Amsterdam. Het is zo’n beetje de fijnste plek ter wereld om voor je uit te staren.

En dat doe ik dan ook vaak. Voor mijn studie heb ik het druk. Maar echt, belachelijk druk. Ik-hou-geen-tijd-meer-over-om-te-Twitteren-druk. Ik-hou-geen-tijd-meer-over-voor-fatsoenlijk-koken-druk.

Daarom ga ik maar iedere dag na college naar de bieb. Want daar is het stil.

Daar heb ik geen internetverbinding (ja, ik ben zo zwak dat ik snel afgeleid raak door veel verbindingsstreepjes op mijn Macbook). En daar kan ik lekker voor me uit zitten staren en de collegestof tot me door laten dringen (echt!).

Maar ik kon op een computerscherm kijken.

Naast de tafel waar ik aan zat, stonden een hele rij computers. Op een computerscherm kunnen kijken is net zoals dat van die olifant in de kamer. Iedereen weet dat het scherm er is. Iedereen die langsloopt probeert in vier seconden te lezen wat er staat, maar draait dan met het schaamrood op de kaken het hoofd om. Onbeschoft, inbraak op haar privacy en bedenk je eens hoe het zou zijn als jij het was die daar in alle rust een e-mail zat te schrijven.

Maar toegegeven: ik schrijf dan ook nooit in een bibliotheek lange e-mails met lettertypegrootte 48 in de kleuren groen, roze, rood en kobaltblauw heel persoonlijke e-mails.

Het was een mailtje naar haar begeleidster. Een heel erg lief mailtje. Een heel erg aandoenlijk mailtje. Met veel uitroeptekens, smiley’s, verkeerd gespelde Engelse woorden, xx-jes. Woorden als ‘lieve meid’ en ‘kop op’ en ‘hartsvriendin’.

Ik heb het mailtje helemaal gelezen. En ik voelde me schuldig. De volgende keer als ik het meisje zie, zal ik mijn dagboek nonchalant op tafel leggen. En de echte persoonlijke dingen, de dingen die zelfs je beste vriendin niet van je weet, markeren. Wel zo eerlijk.

cc foto: Radio Nederland Wereldomroep dot