week 40 | 01.10.09 | 12:26 | Robin |Thuis | Door Robin

De hond met de volwassen vrouwennaam

Bij mij in de buurt woont een golden retrievermeisje met een volwassen vrouwennaam. Een naam in de categorie: Hennie, Carolien, Jeanette, Anita of Wil.

Je ziet aan haar dat ze zich ook een beetje schaamt voor haar naam. Ze had net zo lief en net zo als iedere andere golden retriever Bo of Sam willen heten.

Walter en ik mochten een keer op haar passen. We liepen met haar door het park en kwamen tot de conclusie dat ze het bij ons veel leuker vond dan bij haar baasje. Ze huppelde naast de riem (heel Bonfire-achtig), keek heel erg gelukkig naar ons op en vond het niet erg als we een beschaamd haar naam fluisterend riepen. Ze begreep het wel, zei ze.

Maar aan alle leuke dingen komt een eind, dus moesten we het golden retrievermeisje met de volwassen vrouwennaam weer inleveren bij haar gekke baas.

Ik ben inmiddels erg gehecht aan haar geraakt. Iedere keer als ik op straat loop en ik kom haar tegen, laat haar baas de riem los en komt ze in slowmotion mijn armen in gerend. Ik knuffel haar, geef kussen op haar kop, fluister stiekem in haar oor dat ze bij mij moet komen wonen.

Ondertussen maakt haar baas opmerkingen als “wanneer ga je mij knuffelen?” of “slet” (dan bedoelt hij de hond, niet mij, geloof ik).

Toen ik laatst in een zeer emotionele bui was en dringend behoefte had aan een groot, blond beest (en al mijn lievelingsfilmpjes al had gezien), vroeg ik me af waarom ze eigenlijk niet bij mij woonde. Ik ben veel thuis en die naam zou ik langzaamaan veranderen in een normale hondennaam.

Walter vroeg heel brutaal en impulsief met een plat Amsterdamse knipoog of haar gekke baas de hond niet wilde verkopen. (Dit doen wij normaal gesproken nooit. “Leuke baby, kan ik hem kopen?” Maar haar baas doet alsof hij een hekel heeft aan het golden retrievermeisje.)

Hij wilde niet (wat een heel goed teken is, want dan houdt hij dus toch wel van haar en zal het “slet” heel liefkozend bedoeld zijn). Maar mijn hart brak een beetje.

cc foto: Pohandot