week 41 | 06.10.09 | 19:32 | Blog |Ellen |Humor |Thuis |Viva 400 berichten |Werk | Door Ellen

Ik heb weer huisgenoten!

Ik heb een nieuwe werkruimte. In een kolossaal pand in hartje Amsterdam. Het is een oud theater aan een gracht en ik mag van een gigantische dansstudio gebruik maken. Antikraak weliswaar, dus tijdelijk. En, toegegeven, het verkeert in een nogal deplorabele toestand. Met donkere gangen waar af en toe een tl-buis knippert, vochtige muren en het ergst van alles: geen verwarming.

Net nu de eerste tekenen van een gure herfst voelbaar worden, heb ik de steutel gekregen. En mijn nieuwe huisgenoten hebben me verzekerd dat het alleen maar erger wordt. Ik durf het bijna niet te herhalen, maar dit is de tekst die ze in de mond namen: ‘Wacht maar, het wordt berekoud.’

Mijn nieuwe huisgenoten. Ik ben er zo blij mee. Ik doe het al ruim tien jaar zonder huisgenoten. Nou ja, ik heb een kind en een vriend, maar op de één of andere manier noem ik die geen huisgenoten maar gezinsleden. Ook leuk, maar toch anders.

Mijn nieuwe huisgenoten zijn studenten. En zo gedragen ze zich ook. Heerlijk. Op de wc -uiteraard zonder licht- tref ik 28 lege wc-rollen aan. In de keuken pakken macaroni en blikken bruine bonen. Dat is heel gek. Studenten koken zoals mijn moeder 30 jaar geleden kookte.

Ikzelf heb de macaroni inmiddels ingewisseld voor luxe soorten pasta en bruine bonen komen misschien heel sporadisch nog in één of ander kek tapashapje voor. Maar studenten trekken zich niets aan van de moderne fusionkeuken en schaffen massaal die typische jaren ’70 ingrediënten aan voor hun meerdaagse eenpansmaaltijden.

En dan natuurlijk overal die briefjes. Briefjes met schema’s wie wat wanneer moet doen. Ooit enthousiast ingevuld, maar al gauw bij gebrek aan een pen laten sloffen. Tenminste, dat hoop ik, anders hebben ze vanaf mei geen vuilniszak meer buitengezet.

Briefjes met afspraken en waarschuwingen. ‘Deze wastafel nooit gebruiken! Door lekkage is het plafond op de eerste verdieping naar beneden gekomen. Er komt nog een loodgieter.’ Jezus, zou die loodgieter al geweest zijn? Ik durf mijn handen niet te wassen. Terwijl ze er eerlijk gezegd naar snakken na mijn laatste bezoek aan de aangekoekte wc-pot.

Ik besluit een briefje te schrijven. ‘Huisgenoten! Komen jullie vanmiddag een glaasje sherry drinken (als ze jaren ’70 voedsel nuttigen, zullen ze zo’n jaren ’70 aperitiefje vast waarderen)? Dan kunnen we elkaar beter leren kennen en misschien de schoonmaakschema’s nog eens doornemen?’

Of behandel ik mijn huisgenoten nu teveel als gezinsleden? Ik wil natuurlijk niet als een overgestructureerde moeder te boek komen te staan. Daar proberen ze zich nu juist aan te onttrekken. Als tegenprestatie plunder ik één van de koelkasten van mijn gloednieuwe huisgenoten. Dát zullen ze vast begrijpen. Heerlijk. Dat dat allemaal weer kan.

CC foto: Sashafatcat

dot