week 48 | 26.11.09 | 11:02 | Maaike |Ontwikkeling |Reizen |Thuis | Door Maaike

Even om een boodschap

Na een reis van dertig uur word ik ineens een heel andere wereld in geslingerd. Heel onwerkelijk, maar toch ook zó normaal.   

Soms moet Pablo me in de arm knijpen. Ben ik er echt? De afgelopen vijf maanden in Nederland lijken als een droom aan me voorbij gegaan. Een mooie droom, waarin ik vriendinnen en familie weer zag na lange tijd in het buitenland. Waarin ik genoot van het reizen in de trein langs de typische Nederlands akkers met koeien, en waarin ik bij mijn ouders aanschoof voor boerenkool met worst.

Maar ook een droom waarin de dagen soms niet voorbij leken te gaan, de één de ander opvolgde en ik me dagelijks afvroeg hoe lang nog tot de dag van vertrek. Waarin ik me zorgen maakte of het allemaal wel zou lukken; genoeg geld te sparen, een visum te regelen en mezelf te onderhouden in een land aan de andere kant van de wereld.

Bij mijn eerste trip liet ik me volop verrassen door het leven in Bolivia. De vrouwen met zwarte vlechten, de grote hoeveelheid microbusjes in de stad die bumper aan bumper rijden maar nooit een ongeluk lijken te krijgen. Het feit dat je uren kunt rijden zonder iemand tegen te komen en de manier waarop traditie en folklore ‘leeft’. Maar ook dat de mensen een bestaan moeten opbouwen van een hongerloontje, analfabeet zijn en kinderen op hun tiende al verantwoordelijk zijn voor het inkomen van hun hele gezin. Nu is het slechts het decor van mijn leven hier.

Ik ben er, écht. Het bewijs ligt naast me in bed en kijkt me soms ongelovig aan. Het is alsof ik even een boodschap ben gaan doen, een eind verderop. Er is niks veranderd. Niet tussen ons, niet op straat, niet op het project waar ik werk. En dat is een heerlijke geruststelling na alle onzekerheden.

© foto: Maaikedot