week 52 | 21.12.09 | 13:16 | gastbloggers |Suzanne |Werk | Door Suzanne__S

Te eigenwijs voor het klooster

Op vrijdag werd bij ons in het klooster altijd sober gegeten. Soep, brood en kaas was wat er op het menu stond, meer niet. Op die manier werd herdacht dat Jezus op een vrijdag stierf. Tijdens een van onze wekelijkse gemeenschapsoverleggen kondigde onze overste aan, dat er voortaan ook geen kaas meer zou zijn op vrijdag. Alleen nog maar soep en brood.

Geen discussie
Er volgde geen verklaring, geen discussie, geen verzoek om een compromis van de andere zusters. (‘Kunnen we niet de ene week de soep weglaten en de andere week de kaas,’ of zoiets dergelijks.) Niets van dat alles, de vergadering ging door met het volgende onderwerp.

Niets te willen

Ik was nog maar een paar maanden in het klooster, en kon haast niet geloven wat er gebeurde. Ik wilde een verklaring! Het is de kern van wat mij in het jaar dat ik ingetreden was, het zwaarst viel. Het celibataire leven, nooit meer leuke nieuwe schoenen of rokjes kopen; het was peanuts vergeleken bij het opgeven van mijn eigen mening.

De dingen gaan zoals ze gaan
Niet dat ik die eigen mening niet meer had, integendeel. Maar er was niemand meer die erin geïnteresseerd was. In het klooster gaan de dingen zoals ze gaan, en of je het ermee eens bent of niet, je hebt je eraan te houden.

Ik heb ook een mening
Ik, de schooljuf, die tegen een klas kan zeggen dat ze stil moeten zijn. Ik, die altijd over alles een mening heb, waarnaar (meestal) geluisterd wordt. Ik wilde zo graag laten zien aan mijn medezusters dat ik iets kan, dat ik een goed stel hersens heb, met goede ideeën, met weloverwogen standpunten. Ik kon het soms wel uitschreeuwen: luister naar mij!

Gelijk zijn aan ieder ander
De lange uren van gebed in de kerk, het vele, vele huishoudelijk werk, de afwezigheid van wijn drinken op een terras, ze hebben me niet de das om gedaan. Wat ik niet volhield, was het besef dat ik in die gemeenschap wèl heel welkom was, maar niet méér dan een ander, dat ik niet specialer was dan de rest. Ik kreeg niet de aandacht die ik zo gewend ben om te krijgen.

Het gemeenschappelijk ideaal

Ik was onderdeel van een gemeenschap, niet meer en niet minder. In het klooster leef je voor een gemeenschappelijk ideaal. Ik vind het zó mooi, maar ik was er niet geschikt voor. Te eigenwijs. Dat vond, en vind ik nog steeds, heel jammer.

CC foto: Ned Raggettdot