week 07 | 17.02.10 | 08:26 | Blog |Martin |Webstrijd 2010 mannen |Wedstrijd | Door Martin

Treincommunicatie

Sommige mensen hebben het talent om snel geïrriteerd te raken in de trein wanneer iemand aan het bellen is. Dit keer is dat talent toebedeeld aan de meneer schuin tegenover mij. Hij zit met zijn neus diep weggedoken in zijn boek wanneer er een ringtone uit de top 40 van een jaar geleden door de coupé schalt. Zijn hoofd beweegt en zijn ogen kijken over de rand van zijn boek de ruimte in op zoek naar de herkomst. Het geluid komt uit het mobieltje van het meisje dat naast me zit. Ze is – ik schat – een jaar of 25 en van Oosterse afkomst.

Met haar duim drukt ze het oplichtende groene knopje in en met één vloeiende beweging brengt ze het apparaat naar haar oor. “Hallo, met mij”, klinkt het vriendelijk, bijna zingend. Er is duidelijk een bekende aan de andere kant van de lijn. Nu weet die ander natuurlijk wel wie hij of zij belt, maar dan nog vind ik het leuker om gewoon met je eigen naam te antwoorden, die heb je immers niet voor niets gekregen.
De hele coupé kan meegenieten van het gesprek. Maar ach, we zitten hier niet in een stiltecoupé. Of je nu met iemand tegenover je praat of met je vriendje thuis, dat maakt voor mij weinig verschil. Uit de neus-in-boek schuin tegenover mij komen nu heftig snuivende geluiden. Is het boek zo spannend of zit meneer zijn frustraties te verbijten? Hij kán natuurlijk gewoon vragen of het iets zachter kan of een andere plek opzoeken.
Wanneer de ‘telefoonterreur’ is beëindigd, raak ik met het meisje aan de praat. Ze studeert psychologie en is op zoek naar een baan. Het gesprek gaat van aardbeien naar stereotypen, voer voor een psychologe in spé. Ik leg haar een (stereo)typisch raadsel voor en ze tuint er met beide bruine ogen in en dat is dan weer voer voor een treincolumnist.
Als het lawaai van de over de IJsselbrug denderende trein ons gesprek overstemt, pak ik ondertussen een kaartje uit mijn tas. Dan kan ze mijn verhalen nog eens opsporen. Zij geeft mij haar kaartje waarop enkele Chinese tekens staan afgebeeld. Mei Ling heet ze. In Zwolle zullen onze wegen zich scheiden. Zij heeft een overstap richting Groningen, ik richting Emmen. Bij het opstaan geef ik haar een hand en bedank haar voor het leuke gesprek. De woorden “succes met je studie” staan op het punt mijn mond te verlaten, maar ik word onderbroken door weer diezelfde ringtone. Een zucht komt achter het boek vandaan. Ik denk een zucht van verlichting nu, want meneer heeft in de gaten dat we op het punt staan de trein te verlaten.
Ze neemt de telefoon op: “Hallo, met Mei”.

Met haar duim drukt ze het oplichtende groene knopje in en met één vloeiende beweging brengt ze het apparaat naar haar oor. ‘Hallo, met mij’, klinkt het vriendelijk, bijna zingend. Er is duidelijk een bekende aan de andere kant van de lijn. Nu weet die ander natuurlijk wel wie hij of zij belt, maar dan nog vind ik het leuker om gewoon met je eigen naam te antwoorden, die heb je immers niet voor niets gekregen.

Frustraties
De hele coupé kan meegenieten van het gesprek. Maar ach, we zitten hier niet in een stiltecoupé. Of je nu met iemand tegenover je praat of met je vriendje thuis, dat maakt voor mij weinig verschil. Uit de neus-in-boek schuin tegenover mij komen nu heftig snuivende geluiden. Is het boek zo spannend of zit meneer zijn frustraties te verbijten? Hij kán natuurlijk gewoon vragen of het iets zachter kan of een andere plek opzoeken.

Wanneer de ‘telefoonterreur’ is beëindigd, raak ik met het meisje aan de praat. Ze studeert psychologie en is op zoek naar een baan. Het gesprek gaat van aardbeien naar stereotypen, voer voor een psychologe in spé. Ik leg haar een (stereo)typisch raadsel voor waar ze met beide bruine ogen intuint. Dat is dan weer voer voor een treincolumnist.

Overstap
Als het lawaai van de over de IJsselbrug denderende trein ons gesprek overstemt, pak ik ondertussen een kaartje uit mijn tas. Dan kan ze mijn verhalen nog eens opsporen. Zij geeft mij haar kaartje waarop enkele Chinese tekens staan afgebeeld. Mei Ling heet ze. In Zwolle zullen onze wegen zich scheiden. Zij heeft een overstap richting Groningen, ik richting Emmen. Bij het opstaan geef ik haar een hand en bedank haar voor het leuke gesprek. De woorden ‘succes met je studie’ staan op het punt mijn mond te verlaten, maar ik word onderbroken door weer diezelfde ringtone. Een zucht komt achter het boek vandaan. Zal het een zucht van verlichting zijn, nu we op het punt staan de trein te verlaten?

Ze neemt de telefoon op: ‘Hallo, met Mei.’

CC foto: Bas Bogersdot