week 9 | 06.03.10 | 18:56 | Blog | Martin | Thuis | Webstrijd 2010 mannen | Wedstrijd | Door Martin

Beter uit mijn doppen?

Opeens is daar een ram tegen mijn schouder en rug gevolgd door een knal. Wanneer de sterretjes en vogeltjes zijn gevlogen, zie ik dat er een vrouw van een jaar of zeventig op de grond ligt naast haar fiets. Vanaf dat moment lijkt het uur dat volgt voorbij te gaan in vijf minuten.

Oordopjes
Het overkwam mij afgelopen zomer toen ik met beagle Struin in het centrum wandelde, of beter gezegd, het overkwam de mevrouw die tegen mij aan fietste. Ze had nog zo geringeld met haar fietsbel, maar met de oordopjes van mijn iPhone in mijn oren heb ik haar niet aan horen komen.

De muziek zet ik direct uit en ik vraag mevrouw hoe het gaat. Ze kermt en kreunt van de pijn en mompelt iets onverstaanbaars. Ik herken het van de oma van mijn vriendin, die ook eens is gevallen en direct haar heup had gebroken. De omstanders stromen al snel toe. Gelukkig zijn het niet alleen kijkers. Diverse mensen schieten te hulp, waaronder een verpleegkundige, dat is mazzel. ‘Wie heeft er een deken?’ Nog een beetje dizzy knoop ik Struin vast aan de lantaarnpaal, waar iemand ook al mevrouws fiets-met-scheef-staand-stuur tegenaan heeft gezet. Zo kan ik mijn spreekwoordelijke handen uit de mouwen steken.

Ambulance
‘De ambulance is onderweg’, hoor ik achter me. Ik draai me om en bedank de man-met-mobiele telefoon. Een bruin geruite deken wordt aangereikt en over de vrouw gelegd. Ze rilt, maar dat is waarschijnlijk van de schrik. Een politiewagen heeft de melding doorgekregen en is inmiddels ter plekke. Twee agenten stappen uit en bevestigen dat de ambulance er aan komt. Ze informeren naar de situatie. ‘Hij hoorde mij niet want hij had die doppen in zijn oren’, kreunt de vrouw op de grond. Dat klopt inderdaad en ik voel me op dat moment best schuldig. Als ik mijn muziek niet op had gehad, lag deze mevrouw hier nu niet op de grond.

Schuldig?
Ook omstanders hoor ik daar over roezemoezen: ‘Ze belde nog’ en ‘Ja, hij hoorde haar niet’, klinkt het links en rechts. Toch liggen de feiten iets anders. Ik liep op het voetgangersgebied (waar fietsers overigens zijn toegestaan) en mevrouw is tegen mij aangereden, ik niet tegen haar. Maar zij is de zwakkere in deze, dus ik begrijp de reacties wel. Het is ook niet belangrijk, mijn zorgen zijn eerst bij mevrouw.

De ambulance arriveert en ze wordt meegenomen naar de eerste hulp. De agenten praten nog wat na met mij en de verpleegkundige. Ze noteren het één en ander aan gegevens. Struin zit wat aangeslagen na te rillen bij de lantaarnpaal. Ik maak haar los en breng samen met mijn viervoeter de fiets naar mevrouws huis, waar haar man het nieuws net heeft vernomen.

Bloemen
Een dag later ga ik bij de vrouw aan de deur met een bos bloemen. Ze heeft wat gekneusde ribben aan de val overgehouden. Gelukkig is ze niet boos. ‘Ik had gewoon moeten stoppen’, zegt ze. Binnen drinken we nog een kopje thee op de redelijk goede afloop.

Ze vraagt of ik een stuk appeltaart bij de thee lust. Nou, dat heeft mevrouw niet tegen dovemansoren gezegd!

CC foto: Lee Maguiredot