week 09 | 07.03.10 | 14:16 | Robin | Door Robin

Ik heb een plan

Ik zou een boek kunnen schrijven over het verkeer in Amsterdam. Nu doe ik dat niet, ik heb namelijk een ander onderwerp gevonden (gelukkig). Maar toch, als ik echt zou willen, zou ik daar een dikke pil (maatje Stieg Larsson) mee kunnen vullen. En met gemak hè. Met alle gemak van de wereld.

Want van een vriendelijke allesgroeter uit Brabant ben ik veranderd in een egoïstisch, Amsterdams monster. Op de fiets dan hè. Zodra ik van die fiets stap ben ik weer de gewone kalme en milde Robin. Maar op de fiets. Om een voorbeeld te noemen:

Hoe het begon
Laatst droeg ik een rokje. Nu is dat op zich al bijzonder want ik draag nooit een rokje. En het was nog meer bijzonder omdat er sneeuw lag en ik dat gewoon negeerde. Ik vond het een dag voor een rokje zoals ik het ook weleens een dag kan vinden voor hakken of een dag voor een paardenstaart.

Maar ik trok onder dat rokje een dikke maillot aan en daarover nog een extra onderbroek. Zodat de maillot lekker zou blijven zitten en mocht het voorkomen dat ik ineens een radslag zou moeten doen, er niks zou gebeuren.
Er was dus helemaal niks aan mijn hele outfit of mijzelf wat ook maar een beetje sexyness uit zou stralen.

Toch waren er twee mannen die dat wel vonden. Ik haalde een inhaalmanouvre uit op de fiets waardoor de man die achterop zat de ander porde en waarschijnlijk iets zei als: rokje op negen uur. Waardoor ze allebei begonnen te fjietfjuuwen. En ik? Ik nam een sprintje en stak mijn middelvinger op.

Waar kwam die middelvinger vandaan? Ik heb nog nooit – nooit! – een middelvinger naar iemand opgestoken. Nu had ik handschoenen aan die mijn vingers vervormen tot kleine worstjes dus het kan ook zijn dat ze dachten dat ik zwaaide ofzo, het maakte in ieder geval weinig indruk.

Maar er is meer
Die agressiviteit in het verkeer.. Laatst vertelde vriendin H. dat ze werd uitgescholden op straat. “En het was echt heel erg,” zei ze.
“Hoe erg?” vroeg ik.
“Nou ik liep langs en een man en hij keek me aan en vroeg meteen “Eej meisje hoe is het?”  Waarop ik niet snel genoeg antwoord gaf (want hoe grappig zou het zijn als je dan zou zeggen: nou niet zo goed eigenlijk. Maar hoe gaat het met jou?) en toen zei hij… K*th**r!”

Dat is erg. Ik begin een beetje te wennen aan ‘kapsoneh**r’ maar ‘k*th**r’ is wel erg.  Ik geef toe dat het af en toe heel lekker kan zijn om in vol ornaat ‘k*t!’ te gillen. Bijvoorbeeld als je spijkerbroekriemhaakje loscheurt. Maar iemand een ‘k*h**r’ noemen gaat er bij mij niet in.

Misschien introduceer ik in Amsterdam wel ‘het iedereen groeten’. Omdat mensen toch al gauw praten over hoe Amsterdam soms net een dorp is. Ik zeg: zwaaiend die fiets op, en wel heel gauw, b*tch*s!

cc foto: treehouse1977dot