week 12 | 26.03.10 | 20:11 | Blog |Bloggers |gastbloggers |Gezondheid |Roelien |Sport | Door RoelienL

Nachtmerrie over de tandarts

Ik haat ze! Ik heb zelfs nachtmerries over ze. De zus van mijn vriend is er ook zo één. Vanavond komt ze eten en dan ga ik het haar eindelijk vragen! Waarom? Hoe kom je er in godsnaam bij om bij een tandartsenpraktijk te gaan werken?

Gisteren ontving ik een automatische email van de tandarts; het was weer tijd voor een bezoek aan de mondhygiëniste. Normaal schrik ik niet zo van zo’n bericht, maar blijkbaar maakte het onbewust toch indruk.

Tegen een boom gevallen
Ik droomde dat ik tijdens een mountainbikevakantie tegen een boom viel. Ik verloor drie van mijn voortanden. In mijn mond lag een gapend gat. Ik durfde niet naar de tandarts, maar bij thuiskomst bracht mijn moeder me naar mijn oude tandarts. Hij sloot allerlei apparaten aan en bracht me onder narcose. De narcose maakte me helemaal wild. Ik voelde me draaierig en hallucineerde en werd tegelijkertijd agressief en opstandig. Ik sloeg om me heen, niet willen toegeven aan het slaperige gevoel. Ik maakte me los en rende hard weg.

‘Hoe is het met hockey?’
Ik heb geen idee waar alle agressie vandaan komt. Ik heb lang veel vertrouwen gehad in de tandarts. Tot mijn 22e was het altijd: “Hoi Roelien, hoe gaat het met hockey? Je hebt geen gaatjes. Tot over een half jaar.”

Ik lachte altijd mijn beste vriendin uit, omdat ze niet naar de tandarts durfde. Ze ging naar een speciale angsttandarts. Toen ik na een studieuitwisseling van een half jaar in Florida terugkwam was het opeens wel raak: Drie gaatjes, waarvan er eentje met een wortelkanaalbehandeling gedicht moest worden.

Verlamde bovenlip
Getverdemme, wat was ik misselijk van dat chemische, chloorachtige spul dat per ongeluk mijn keel binnen stroomde. Ik moest bijna overgeven! Tot overmaat van ramp kon ik een dag na de behandeling mijn rechterbovenlip niet meer bewegen. De tandarts had bij het verdoven een zenuw geraakt. Volgens de praktijk was het onmogelijk dat het de schuld van de tandarts was, maar na navraag te hebben gedaan bij een andere praktijk bleek dat hij weldegelijk verantwoordelijk was.

Topsport
In de dagelijkse praktijk heb ik overigens weinig last van mijn beperking. Het is nog nooit iemand opgevallen. Maar zelf heb ik het gevoel dat het woord ‘topsport’ er tegenwoordig anders uitkomt dan voorheen. Niet echt handig als ex-topsporter, sportjournalist en eigenaar van een sportwebsite.

Maar je begrijpt het al; sindsdien ben ik nooit meer bij mijn oude tandarts teruggekomen, behalve in mijn droom, waarin ik het niet kon nalaten om heel hard te roepen: “Je bent een hele slechte tandarts! Ik haat je! En weet je? Ik zit al veertien jaar niet meer op hockey!”

CC foto: Schooltandartsdot