week 21 | 28.05.10 | 11:04 | Bloggers |Humor |Nynke |Relatie |Sport | Door NynkeDeJ

Fietsenmakers & ik. Een liefde.

Mijn relatie tot de fietsenmakers in mijn omgeving geeft thans zoveel stof tot nadenken dat we er wellicht een sitcom van kunnen maken.

Case 1: de lekkere fietsenmaker
Allereerst was er natuurlijk mijn knappe fietsenmaker. Keer op keer verzon ik een lame-ass smoes om iets onbenulligs te halen bij de fietsenwinkel en hees ik mij in een blitse feestjurk om zo de aandacht te trekken van de hete fietsenmaker. Maar helaas valt het een beetje op als je elke dag naar je fietsenmaker gaat. En bovendien was hij natuurlijk niet de enige fietsenmaker in de winkel. Vaak werd ik door een andere man geholpen, die ik dan beleefd afsnauwde terwijl ik ondertussen probeerde te lonken naar de jongen die achter in de werkplaats ingespannen aan een Gazelle stond te sleutelen (het fietsmerk, niet de hoefdieren uit de ondergroep der echte antilopen, red.) En mij dus niet zag staan.

Ik heb daarom mezelf eens stevig toegesproken, en met mezelf afgesproken dat het maar eens uit moest zijn met die onzin want hij zag mij toch niet staan, en bovenal: wat voor toekomst zou onze liefde hebben als het enige dat wij gemeen hadden een oprechte interesse in stuurlinten en carbon voorvorken zou zijn?

Case 2: de sms’er
Ondanks dat de lekkere fietsenmaker mijn racefiets zomerklaar had gemaakt (voor een bedrag waar je vijftig biertjes van kunt kopen), reed ik tijdens de toerversie van de Giro toch twee keer lek. En je weet: één keer lekrijden is pech, twee keer lekrijden is a) karma of b) een slechte buitenband. Moederziel alleen stond ik op de Lekdijk tussen Wijk bij Duurstede en Culemborg. Ik besloot de fietsenmakershulpdienst te bellen, aangezien ik geen reserve binnenband meer had, en vermoedde dat alleen een nieuwe binnenband alleen de klus niet zou klaren. De fietsenmakershulpdienst kwam, zag, en gaf mij een nieuwe binnen- en buitenband. Voor twintig euro, dus ik werd gematst.

Na het fietsen zat ik vers gedoucht op de bank bij mijn huisgenoot, toen ik het volgende smsje kreeg: ‘Heb je nog een lekke band gehad of niet’. Vertwijfeld stuurde ik ‘ja, twee keer, maar wie ben jij?’ terug. De anonieme smsser antwoordde: ‘sorry ja hoi ik ben ronald die jou fiets heeft gemaakt maar hoe heet jij.’

Interpunctie en spelling waren niet zijn ding, zo bleek. Maar mijn fietsenmaker hengelde weinig succesvol naar een vervolgdate. Alsof ik ons rendez-vous op de Lekdijk echt onwijs romantisch had gevonden. Alsof hij nu ook mijn eigen binnenbandje zou mogen inspecteren.

Case 3: het kapotte stuur
Dus toen ik afgelopen maandag tijdens de Elfstedentocht bij Bartlehiem betrokken was bij een valpartij en daarbij mijn stuur onherstelbaar beschadigd bleek, waren de grappen al niet van de lucht over Nynke en haar innige band met de fietsenmakers van Nederland. En wederom bleek dat zo te zijn. Na een beetje heen-en-weer gebel wilde een mobiele fietsenmaker wel langs de bevoorrading rijden om een nieuw stuur voor mij te halen. Ik grapte een beetje met de mannen bij de fietsenmakerspost in Leeuwarden, vroeg geïnteresseerd naar hun werk, et voilà: ik had een nieuw stuur. Voor dertig euro, een koopje.

Ik voel dat ik een gave heb. Ik weet niet wat ik er verder aan heb, maar feit is dat ik nooit lang met een kapotte fiets zal zitten. Altijd zal er een fietsenmaker in mijn buurt zijn, en hij zal van mij houden, zoals ze dat allemaal doen. Behalve die ene hete.

C Foto: Hans van der Veen dot