week 24 | 16.06.10 | 17:00 | Eten & drinken |Milieu |Robin |Thuis |Uitgaan | Door Robin

Hondenpoep op je picknickkleed

In dit stukje zal regelmatig het woord ‘hondenpoep’, en soms zelf gewoon alleen ‘poep’ voorkomen. Excuses, ik vind het ook niet zo prettig. Maar het moet.

Nu het eindelijk steeds lekkerder weer wordt, gaan meer en meer mensen picknicken in het park. Ik zie dat graag, picknickers. Ik zou er bijna een wijsje van gaan fluiten, want picknick betekent: waterijs, zonnebrand, aardbeien, blote voeten in het gras en andere dingen waar ik blij van word.
Maar helaas betekent picknicken ook: “Nee Banjer! Niet daar! Nee! Niet poepen! Niet poe… Banjer!”

Niet kijken want ik moet
Banjer is onze hond. En onze hond heeft absoluut geen last van het ‘nou!-niet-kijken-want-ik-kan-zo-niet-poepen-syndroom’. Ik kan bijvoorbeeld niet plassen met de deur op een kier of wetende dat er meisjes in de rij staan voor het toilet waar ik me op dat moment bevind. Dan denkt mijn blaas: “Nee nee, nu niet.” Terwijl mijn hoofd denkt: “Jezus mens, laat het gewoon lekker kletteren! Dat is de natuur!” Ik ben dan dus in discussie met mijn lichaam. Heel vermoeiend.

Banjer heeft daar geen last van. Heulemaaaaaal niet. Die voelt zich zo comfortabel dat hij overal wel kan poepen. En doet dat dan ook vaak en veel.

Ik ben een groot voorstander van hondenpoep opruimen. Dus ik ga tijdens een wandelingetje van twintig minuten zo ongeveer zes keer de struiken in, gewapend met een zakje en kokhalsneigingen. En Banjer staat er vrolijk kwispelend bij. “Vind je het niet ontzettend tof dat ik hem overal neer kan leggen?”

In de struiken, op de stoep, tegen de boom, midden op een grasveld. Overal. Toen ik laatst met hem in de trein wilde stappen, poepte hij nog gauw op het perron. Ik had het niet door, dus ik liep verder (Banjer kan namelijk supersnel poepen, zodat je het niet eens door kunt hebben). De conducteur riep: “Zou je het niet eens opruimen?” Ik kon wel door de grond zakken en mijd nu alle stations met Banjer, de overalpoeper.

“Ik leg hem hier even neer! Alsjeblieft!”
Nu het park dus bezaaid ligt met vrolijke picknickkleedjes, is het ‘relaxed-even-de-hond-uitlaten-momentje’ veranderd in “Banjer nee!” Banjer, het vriendelijke beest, gaat namelijk regelmatig even kijken bij zo’n picknickclubje en zegt dan dingen als “Hoi! Oh leuk! Wauw wat een leuk plastic servies. Zijn dat bagels met zalm? Ruik ik nou lamsspiesjes met yoghurtdip? Gezellig jongens! Oh, pardon ik moet even.” En hij zakt door zijn hurken en legt daar een prachtige drol, net naast het picknickkleed.

Gênant voor ons, pech voor Banjer. Die heeft het nu voor elkaar dat hij voortaan aangelijnd door het park moet. Terwijl hij in de winter vanaf de voordeur eigenlijk al los mag. Moet hij maar niet zo enthousiast overal willen poepen.

cc foto: privébezitdot