week 27 | 10.07.10 | 18:51 | Elvan |Kinderen |Tijdschrift Viva Mama | Door ElvanB

De blik

Mijn kind is geen huilie, die tipt gewoon met haar voorhoofd op de tuintegels om vervolgens als een bikkel headfirst, al struikelend over de bezemsteel, de Hortensia’s in te duiken.


Opgekropte frustraties

Ze huilt alleen als ze haar zin niet krijgt. Ik hoef maar ‘niet doen’ of ‘nee’ te zeggen en ik zie al weer een vierkant huilbekkie verschijnen. Ze kan niet goed tegen afwijzingen en wil ook niet terechtgewezen worden. Driftbui galore! Dan gooit ze met spullen en dweilt al huilend dramatisch over de vloer. “Je bent nu net je moeder…”zegt Nils dan zogenaamd grappig. Dan ben ik inderdaad in staat om naast Irem op de grond te liggen dweilen. Meestal is zo’n opmerking aanleiding om opgekropte frustraties via het kind uit te vechten. Trivaal geleuter als “ Ik heb gekookt dus ruim jij op!” en “Waarom? JIJ maakt er een slagveld van!” tettert dan door de woonkamer. Irem zit dan al rechtop aandachtig te luisteren. Opgedroogde traansporen op haar gezichtje.

Ik kan dus heel slecht tegen dat gejammer. Maar gelukkig is ze ook snel afgeleid. Meestal trap ik dan zo’n zachte bal door de kamer en dan is de aandacht ineens weer ergens anders. Of we gaan bellen blazen. Dat werkt ook nog wel eens. En soms hikt ze nog wel eens na, dan weet ze zelf niet zo goed of ze moet lachen of huilen of waar het allemaal mee begonnen is. De ultieme knuffelmomentjes. Nu probeer ik de woorden ‘nee’ en ‘niet doen’ te vermijden. Ik oefen nu op mijn blik. Zo’n blik die een heel continent kan hypnotiseren. Op ferme toon zeg ik dan ‘Irem!’ en steek daarbij met gefronste wenkbrauwen mijn wijsvinger op en houd mijn hoofd een beetje scheef.

The Boss
Een universeel teken van ‘Pas op! Als je hiermee doorgaat vlieg je de box in.’ Soms werkt het. Heel soms, want ze kijkt me heel vaak aan met zo’n blik van ‘Mooie vinger mam, maar als je het niet erg vindt, trek ik nu even de kabel uit de muur ja?!’ Voordat ze dat ding dan aangeraakt heeft schiet ik overeind. Voor haar natuurlijk heel jammer, maar ik weiger de controle over mijn kind te verliezen. Op haar speen staat de tekst ‘I’m the boss’. Ha! Want dat ben ik natuurlijk. “Wacht maar. Op een dag gaat ze stappen en belt niet terug. Dan blijft ze zonder melding gewoon een nacht weg!” reageert Nils dan lachend. Die blik van mij heeft absoluut geen kracht. Ik kan er helemaal niets mee. Sterker nog, ik kijk af en toe een beetje scheel. Een ouderwets loensoog. Beste blik levert dat op.

Mijn moeder heeft die blik wel. Die kan met een half oog een volledig leger wilde Saksen tot de knieën dwingen. Soms krijg ik de bibbers als ik al aan de blik denk. Een blik die zegt ‘Elvan, nu blijf je van de chipjes af, hangen we niet in andermans vitrage en rennen we niet door de woonkamer’. Die blik moet genetisch bepaald zijn. Het duurt niet lang meer totdat ik met één blik Irem volledig kan temmen, dat gebrul dat soms tot in de verste uithoeken natrilt met één blik kan lamleggen. En misschien lukt het dan ook nog wel bij andere kinderen. Dat wanneer de moeders niet kijken, ik jammerende kindjes tot zwijgen dwing. Gewoon door ze aan te kijken, door ze met één scheel oog het zwijgen op te leggen.dot