week 31 | 04.08.10 | 19:56 | Bloggers |Eten & drinken |Nynke |Studie |Uitgaan | Door NynkeDeJ

Iets over Stalin en broccoli

Vriendin Cor moest voor een tijdschrift een lijst maken met uitgaansgelegenheden voor eerstejaars. In Utrecht. Nou, toen begon de pret.

Daar zaten we: een co-schapper en twee afgestudeerden (ja, de scriptie is goedgekeurd, dank de Here.) Zeven jaar aan stapervaring in Utrecht. We besloten de locaties in verschillende thema’s op te delen. Dansen, sjansen, goedkoop eten, barhangen, dat soort dingen.

En toen kwamen de herinneringen los.

‘De Vet-Inn!’ gilde ik. ‘Het best bewaarde geheim van Utrecht!’
De Vet-Inn is de naam voor alle feesten van de faculteit Diergeneeskunde. Ze werden gehouden in de fietsenstalling van het Diergeneeskunde-gebouw. Het bier was 90 cent, je moest piesen in de struiken voor de fietsenstalling.

We mochten altijd gratis naar binnen omdat we riepen dat we vrienden van Jos waren, en dat was de populairste jongen van Diergeneeskunde. Als versiering had de feestcommissie cd’s aan het plafond gehangen. De DJ draaide altijd compleet uitgekauwde hits, en liet regelmatig pijnlijke stiltes vallen tussen de nummers.

Alle ingrediënten om totaal naar de tering te gaan.

‘De IBB-feestjes!’ gilde iemand anders.
De IBB is het grote studentenflatcomplex van Utrecht. Veel studentenhuizen daar hielden eens in de zoveel tijd een huisfeest. Voor vijf euro mocht je onbeperkt eten en drinken.

De feesten hadden vaak de meeste opmerkelijke thema’s, zoals ‘Geleedpotigen, gewervelden en jonggestorven Raphelden’, waarbij je dan een duizendpoot zag praten met iemand die zich verkleed had als Big Pun. Of  ‘Groene groenten en Dode Dictators’ waarbij je Stalin in een hoekje heftig zag tongen met een stronk broccoli.

Lekker paradoxaal
Al gauw kwamen we op alle andere hotspots voor eerstejaars. Ze hadden gemeen dat je in elk etablissement nogal makkelijk een zoentje kon scoren. De Beurs, Het Pakhuis, de Monza, de Jam, de Filemon, de Woo. En het paradoxale was dat ik precies wist wáár je makkelijk kon scoren, maar dat ik het in al die jaren zelf nooit had gedaan.

Te schijterig, te boers, teveel verpest door dat wat ik graag het Tentfeestsyndroom noem. Als er behoefte is aan uitleg over dit syndroom, dan leg ik dat tzt graag uit hoor.

De dansgelegenheden waren dus niet het probleem. De terrassen waar eerstejaars normaliter zaten waren het probleem. ‘Het Ledig Erf is eigenlijk het leukst. En het terras bij De Zaak.’ zei de een. ‘Ja hoor eens, daar wil ik al die jonge grieten niet zien hoor!’ zei de ander, ‘mogen we ook nog iets voor onszelf houden?’ We besloten dat de eerstejaars De Neude mochten hebben, coulant als we zijn.

Is er ergens nog bier voor een euro?
Met elke kroeg die we noemden waar we zelf nooit meer kwamen, voelden we ons ouder worden.  Helemaal gênant werd het toen we het spoor bijster raakten. Hoe heet de City Hall tegenwoordig? Heb je op maandag nog ergens bier voor een euro? En waar zijn die verrekte International Party’s gebleven?

Ondertussen mimede ik dat ik mijn pijp zat te roken. Wilde er nog iemand naar de Rijdende Rechter kijken? Advocaatje met slagroom, iemand?

Dus nu krijgen de eerstejaars-in-spe een prachtig overzicht van waar de feestjes zijn. De feestjes waarop Stalin tongt met een stronk broccoli. Deze drie oude wijven zullen goedkeurend toekijken en ondertussen lurkend aan hun pijp hun spataderen masseren.

cc Foto: x-ray delta one dot