week 31 | 07.08.10 | 18:44 | Elvan |Kinderen |Tijdschrift Viva Mama | Door ElvanB

De surrogaattepel

Huize ElvanB is omgetoverd tot een afkickkliniek. Wij gaan voor cold turkey. Geen afbouw van verslavingen. Geen vervangingsmiddelen. Dag Irem, zwaai maar dag met je handje naar de speen.

Obsessie
In den beginnen was ik anti-speen. Ik vond dat maar een slappe surrogaattepel om het getetter van je kind in te perken. Aangezien mijn kind bijna nooit huilde, was dat ding bij ons thuis volledig overbodig. Pas toen haar zuigbehoefte volledig verdwenen was, begonnen wij pas aan de speen. Waarom? Nou zo’n ding bezorgt een mens fantastisch lange slaapuren. Eén kik en je kon dat kind vlak voor het slapengaan lamleggen met een speen. Geen gejengel voor het slapengaan, gewoon, pats, instant baby-coma.

Die speen werd langzaam maar zeker een obsessie. Weliswaar alleen wanneer Irem ging slapen, maar als de speen ook maar even buiten handbereik was, blèrde ze de boel bij elkaar. En als ze dat ding eenmaal in haar mond had, gooide ze ‘m net zo snel weer uit haar bed. Dan schreeuwde ze naar beneden en plopte ik dat ding weer in haar mond. Een spel dat ze elke avond urenlang volhield. En ik maar denken dat die speen per ongeluk uit haar bedje viel.

Nachtrust
Daar ben je op een gegeven moment natuurlijk klaar mee. Terwijl Nils een poging deed om Irem uit te leggen dat ze haar speen niet weg moest gooien en lief moest slapen, trok ik de la open en gooide alle spenen in de prullenbak. Zowel bij Irem als bij Nils sprongen de tranen in de ogen. Beide zagen de nachtrust door hun neus geboord. ‘Deal with it!’dacht ik. Maar ik ben dan ook een ochtendmens.

Nu zit ik elke ochtend met een schor kind aan de ontbijttafel. Ik heb soms het idee dat ik Connie Breukhoven aan het voeren ben. Er wordt namelijk nog steeds elke avond geschreeuwd. Dat gejengel wordt afgewisseld met echte tranen. Het klinkt allemaal hartverscheurend, maar na een paar dagen went het. Ik ben ervan overtuigd dat ze ’s avonds, nadat we haar in bed hebben gelegd, uit haar ledikantje klimt, beide handen aan haar mond zet en keihard tegen de deur of in de babyfoon gaat schreeuwen. Gewoon om ons te zieken. Soms hoor ik haar zingen en dansen. Het valt eigenlijk dus best mee.

Hoofd-schouders-knie-en-teen
De tranen worden steeds minder en de huilbuien nemen af. Ze vraagt af en toe nog om haar speen en heeft inmiddels ook andere manieren gevonden om ons zo lang mogelijk in haar kamer te houden. Zo moeten we nu al haar knuffels een kusje geven voordat ze gaat slapen. En we moeten een dansje doen. En hoofd-schouders-knie-en-teen zingen. K3 danspasjes doen. Als we daar dan eindelijk mee klaar zijn begint het gejengel van voor af aan.

Als ze dan een ogenblik stilvalt om adem te halen, weet ik dat ze op wraak zit te broeden. Ik gok eerdaags op een volle luier die uitgesmeerd wordt over het stucwerk. En je ziet haar soms denken… ‘Dag mam, zwaai maar dag met je handje naar je witte muren.’dot