week 34 | 27.08.10 | 08:31 | Blog |Humor |Werner | Door Werner_vL

De wraak van de harde plak

Het mooie van buienradar is dat het je soms een goed excuus kan geven om tijdig naar huis te gaan. ‘Oh jee, er komt echt een enorm grijs ding met enge rode puntjes erin onze kant op. Fijne avond nog allemaal,’ riep ik en ik verruilde het kantoor voor het toilet voor minder validen, waar ik mijn kantoorkleding verruilde voor mijn fietstenue, bestaande uit een korte broek, een t-shirt en een fleecejack van Scouting Gilze, zodat iedereen in Tilburg kan zien: die jongen moet nog heel ver.

Nat stinkend plastic
Met mijn fiets aan mijn zij verliet ik de fietsenkelder. Het was nog droog en dat is mooi, want ik houd niet van regenpakken, dat vind ik ondingen. Ze stinken, want als je ze een keer hebt moeten dragen, zijn ze toch niet droog tegen de tijd dat je naar huis gaat, dus je stopt ze nat in een plastic zakje en trekt ze er pas weer uit als het regent en dan ruikt dat plastic niet prettig meer. En je blijft niet droog in een regenpak, je wordt gewoon van binnenuit nat. En droog gaat een regenpak makkelijk over je schoenen heen, maar als je doorregent thuis komt moeten je schoenen uit, want die broek wil niet meer uit en dan loopt het water via de pijp zo de schoen in. Verschrikkelijke ondingen, vind ik het.

Boterhammenzakje
Nog één ding dan, over regenpakken en dan houd ik er over op. Ooit was ik de mobiel van mijn werk kwijt, dus moest ik aangifte doen omdat er dan pas een nieuwe kon worden besteld. Kom ik er tijdens een regenbui achter dat ik hem per ongeluk in het jasje van mijn fietspak had verstopt. De man van de telefoons was een beetje gepikeerd, hij vertelde me dat hij bij een regenbui zijn mobieltje voor vertrek altijd verpakt in een boterhammenzakje. Ik stond perplex. In gedachten zag ik hem staan, bellend op straat, terwijl mensen aan hem voorbij liepen, zich afvragend tegen wie hij stond te praten met zijn lunch tegen zijn oor gedrukt.

Knal tegen het perineum
Het regende dus nog niet en ik ging fietsen, maar tijdens het fietsen bemerkte ik dat het achterste gedeelte van mijn fiets begon te zwalken. En plots, bij een hobbel in de weg, tikte de velg op het steen, wat dwars door het zadel heen voelbaar was bij mijn perineum. Het zal toch niet, dacht ik. Ik stapte af en ging aan de slag met de handfietspomp, dat ziet er trouwens deuzig uit, zeker als je het heel snel probeert te doen. Ik sprong op de fiets en probeerde te negeren dat de achterband al snel weer slap werd. Met de fiets tussen de struiken, pompte ik in het geniep mijn band vol. Een kilometer verderop deed ik dat wederom en zo ging dat steeds maar door. En het ging ook nog regenen.

De bittere teleurstellingen in het leven
Thuisgekomen vorkte ik mijn koude eten op en ik probeerde mij te herinneren hoe warm eten ook alweer smaakte. Ondertussen had mijn vader de fiets alweer op zijn kop had staan. ‘Wat voor lijm heb jij gekocht?’ vroeg hij niet veel later en hij duwde de binnenband onder mijn neus. ‘Secondelijm,’ mompelde ik en ik aanschouwde het stuk binnenband dat door de lijm hard en poreus was geworden. Mijn lijm at blijkbaar rubber. Bij de bouwmarkt werd een nieuwe binnenband uit de schappen getrokken en daarmee fietst mijn fiets weer als vanouds, maar ik voel me nu precies weer als dat jongetje met de glazen ranja en de binnenband met vijf gaten erin en ik weet nu zeker dat ik die glanscarrière als fietsenmaker wel kan vergeten.

CC foto: sfllawdot