week 34 | 29.08.10 | 20:01 | Elvan |Kinderen |Tijdschrift Viva Mama | Door ElvanB

Opluchting

Een tijd geleden zakte ik volledig uitgeteld met natte jas en al op een kroegstoeltje. Mijn handen maakten een wurgend gebaar, daarbij gromde ik geërgerd.

Zweepslagen!
“Had je maar geen kinderen moeten nemen,”
reageerde een vriendin. “Nou, misschien bedoelt ze Nils wel,” zei de ander. “Of de buurman,” antwoordde een derde volledig vermoeid. Ik kreeg tien minuten om mijn verhaal te doen. “Tien minuten El, voor deze avond heb ik zelf twee draken eerder in bed moeten gooien, tien minuten.” De dames keken mij indringend aan. Ze waren nieuwsgierig. Ik zag het aan ze.

Waar moest ik beginnen. Een kind dat met haar voeten door de stront trappelt, mag ik me daaraan ergeren? Klagen over Nils? Dat hij niet wakker wordt van de babyfoon. Of over de poes die niet weet of ze naar binnen wil of buiten wil blijven. Of dat Irem het leuk vindt om haar voorhoofd langs de spijlen van het bed te halen? Ik word soms ook een beetje moe van al dat getrap van Irem tegen het waterbakje van de poes. Hoe vaak ik het ook zeg, hoe ernstig ik haar ook straf (zweepslagen..klatsj!), ze blijft het doen. Ik twijfelde. Misschien moet ik vertellen dat ze heel boos kan worden, zo boos dat er dan van alles, tot de poes aan toe, door de kamer vliegt. Blegh, soms ben ik eigenlijk alles wel zat. Mag ik?

Klaag klaag klaag
“Ik word thuis mishandeld!”
zei ik uiteindelijk. Ik boog mijn hoofd en vouwde mijn handen plechtig op schoot in elkaar. “Zie je wat een bokkelul! Je blijft vanavond bij mij slapen El!” gilde de moeder van de twee draken. De vermoeide vriendin, verschuldigde zich met handgebaren en sprak verder met haar man aan de telefoon, “Nee schat, gewoon luier verschonen en om 11.00 uur 130 ml melk opwarmen,” ze gaf me een sorry-gezicht. Zo één waarin de lippen een rechte lijn vormen en de wenkbrauwen op worden getrokken. “Tja, had je maar geen vent moeten nemen,” zei mijn andere vriendin en goot haar drankje lachend achterover.

Thuis word ik inderdaad mishandeld. Soms met een schep en soms met een plastic theekopje. Dan komt mijn dochter aanrennen met getuite lippen en doet net of ze een kusje komt brengen. Maar vanuit het niets zwaait er dan een groen schepje op mijn neus. Klats! Ik ben daar dan helemaal klaar mee he. Een mens moet kunnen klagen. Al die ontboezemingen in de kroeg zijn in retrospect belachelijk grappig. Klagen over Nils, over Irem, over mezelf als tekortschietende moeder. Die avond hebben we geklaagd. Over het weer. Over de trage bediening. Over kinderen. Over mannen. Over vrouwen. Over onszelf. Het luchtte op.

De volgende dag zag de wereld er nog hetzelfde uit. Irem trapte wederom de waterbak om en vanuit het niets belandde een schepje op mijn neus. Nils had zich verslapen en de poes mauwde aan de achterdeur. Het was Groundhog Day en ik was Bill Murray.dot