week 35 | 01.09.10 | 10:50 | Blog |EllyvdZ |Psyche |Webstrijd 2010 | Door Ellyvdz

Oe, de brugklas.

Ik heb een eetdate met S. Hij is een van de duizenden kinderen die dit jaar beginnen in de brugklas. Spannend hoor, had iedereen tegen hem gezegd. S doet verslag van de eerste dag.

Bodyguard

Hij ziet eruit als mijn bodyguard, maar S is mijn maatje van dertien. Hij is een halve kop groter dan ik, en anderhalf keer zo breed. Hij draagt bomberjacks, T-shirts met agressieve worstelaars erop, daaronder altijd een riem met een enorme goudkleurige gesp. Niet echt het uiterlijk van een doorsnee brugpieper. Eerder iemand die brugpiepers heeft opgegeten.

Spannend, de brugklas
Deze stoere, drukke reus is eigenlijk nogal verlegen, dus ik was benieuwd hoe hij dag 1 op de middelbare school had ervaren. “Oe, de brugklas”, had iedereen tegen hem gezegd, “spannend hoor”. In Vrij Nederland las ik een artikel over stichting Ster, die een speciaal zomerkamp organiseert als voorbereiding op de brugklas.

“Hij heeft zichzelf gevonden”
Kinderen leren daar complimentjes maken, stout zijn en vrienden maken. Inhoudelijk lijkt het me heel goed om zo met kinderen aan hun zelfvertrouwen werken. Als ik echter lees dat twaalfjarigen uitspraken doen als “hij heeft zichzelf nu wel gevonden”, bezorgt me dat toch lichte jeuk. Het is wel een heftig psychologisch programma. Daarnaast vraag ik me af: is het goed om zo’n big deal te maken van de brugklas, of worden kinderen door al die voorbereiding alleen maar nerveuzer?

Brood in een zakje
“Het was niet spannend”, is het oordeel van S over zijn eerste dag. “Ik kende al een paar kinderen.” Broodtrommeltjes zijn voor losers, een zakje krentenbollen in je tas kan wel, net als tien jaar geleden. Iedereen heeft een vaste plaats in de klas. Af en toe lijkt S een beetje afwezig. Misschien heeft die dag toch meer indruk gemaakt dan ik dacht.

Hij denkt aan iemand
“Ik denk de hele tijd aan iemand” zegt S als we naar buiten gaan. Hij heeft met Doutzen Poes gespeeld totdat ze met een eekhoorndikke staart onder de bank verdween. “Ik deed net m’n ogen dicht en toen zag ik haar voor me. En toen zag ik de kat weer”. Blijkbaar had een meisje op school indruk gemaakt. “Ik zie haar steeds voor me en dan denk ik: nee, ga weg! Ik wil niet aan school denken.”

Eisen aan een meisje
“Ik weet niet hoe ze heet”, antwoordt S op mijn vragen. “Ze is bijna even groot als ik en ze zit in de andere klas.” Een meisje moet 1.70 tot 2 meter zijn, vindt hij (goed nieuws, Leonie!). Een inventarisatie levert het volgende eisenpakket op:  haarkleur en figuur vindt hij niet belangrijk. “Ze moet een leuk gezicht hebben, want als je haar laat schrikken dan zie je haar gezicht.” S’ blijk van genegenheid is vlak voor je ogen met zijn vingers knippen. Geen wonder dat Doutzen zo bang voor hem is.

Het vragen

“Er zit een meisje naast me van mijn vorige school”, vertelt hij verder. “Ik ga het haar vragen.”
- “Hè? Je vond dat andere meisje toch leuk?” reageer ik verbaasd.
“Jahaa… ik ga dat meisje NAAST ME vragen of ze het voor mij aan dat ANDERE meisje wil vragen.”
-”Wat vragen?”, zeg ik onnozel.
“Jeweetwel”
- Verkering ?
“Ja”.

Maatje
Sinds twee jaar is S mijn Vitalismaatje, wat betekent dat we dates hebben, waarbij hij de aandacht krijgt die hij thuis soms mist. Dates waarbij we om het hardst boeren, allebei valsspelen bij Monopoly en schandalig veel spekkies eten. Ik heb zin in de volgende keer. Hoe zou het verder gaan met het meisje uit de andere klas?

CC foto: privébezitdot