week 32 | 10.08.11 | 14:14 | CarolienD |Reizen | Door CarolienD

Waarom kom je op reis altijd Nederlanders tegen?

Een aantal jaren geleden deed ik met mijn vriend een tourtje west-China. Vanuit de Sichuanese hoofdstad Chengdu reden we acht uur met een krakkemikkige bus langs ravijnen om in het idyllische Songpan een oase van rust te vinden. In Songpan trokken we te paard de bergen in, slechts vergezeld door een aantal zingende ruiters en gewapend met kampeeruitrusting, om in de bergen te overnachten. En daar, ver, ver weg van de bewoonde wereld gebeurde het. Hard gelach steeg op boven het gebergte. Het bleek een geluid afkomstig van een groep tegemoetkomende toeristen. En voordat we de twaalf bontgekleurde poloshirtjes de hoek om zagen komen, wisten we aan het aantal decibel: Nederlanders.

Het Douwe Egbertsgevoel
Ander voorbeeld. In een buitenwijk van Tokio staat een klein hostel. Geen overbodige luxe, niet al te veel kamers: gewoon een klein plekje waar toeristen voor een schappelijk bedrag kunnen overnachten. Vorig jaar in maart besloten we de gemeenschappelijke koffieruimte aldaar eens te bezoeken. We hadden het kokende water amper over het bruine drabje gegooid of we werden aangesproken. Een landgenoot herkende waarschijnlijk de Hollandse manier van schenken. Na drie weken ‘lost in translation’ te zijn geweest, schoven we samen aan een tafel voor het Douwe Egbertsgevoel en bespraken we onze rondreizen tot in detail. Eenmaal thuis hebben we de passant nog een aantal keren opgezocht. Geen grote moeite: hij woont tien minuten fietsen van ons vandaan.

Hollandse vloot
Vooruit, nog een voorbeeld. Op 14 uur vliegen en 2,5 uur dobberen van Nederland liggen de Gili-eilanden. Onderdeel van het Indonesische Lombok en een ultiem vakantieparadijs voor iedere reiziger met een voorliefde voor witte stranden en een felblauwe zee. Toen we afgelopen zomer onze naam op de lijst zetten voor de overtocht vanaf Bali, hadden we dan ook wel verwacht dat aan boord we een aantal landgenoten zouden treffen. Tussen andere nationaliteiten, welteverstaan. Pas toen we de passagierslijst beter bekeken, bleek er niet een Spanjaard, Fransman, Amerikaan of Chinees mee te varen. Wel een Kim, een Femke, een Bas, een Pieter en een Jeroen. Het was alsof we de boot naar Terschelling pakten.

Opvallend
Nederlanders in den vreemde: het is geen onbekend verschijnsel. Hoe ver je ook van de gebaande paden afwijkt, in welke uithoek je ook je tent opzet: je vindt ze overal. Sommige mensen vinden dat vervelend, ik vind het vooral gezellig. En op z’n minst opvallend. In Nederland wonen 16,5 miljoen mensen. Een groot deel van die mensen reist in de schoolvakanties, periodes die ik meestal vermijd, of blijft in Europa. Statistisch gezien zouden Nederlanders elkaar niet zo vaak moeten tegenkomen in verre oorden. Wat ik me dus afvroeg (en meerdere mensen met mij, hoorde ik): hoe kan het dat je op reis altijd Nederlanders tegenkomt en, bijvoorbeeld, bijna nooit Spanjaarden? Lopen we elkaar gewoon achterna of reizen we massaal de wereld over? En hoe komt het dat we elkaar altijd herkennen?

CC foto: 24oranges

(Dit artikel is eerder verschenen op mijn persoonlijke blog, maar vanwege de herkenbaarheid van de vraag in mijn omgeving, hier op viva.nl geplaatst.)dot