week 34 | 23.08.11 | 11:12 | Bloggers |JettekeH |Psyche |Thuis | Door JettekeH

Het is goed zo…

Het is een zeldzaam warme Hollandse zomerdag tijdens onze vakantie in Nederland. In het kantoortje is het gelukkig koel. De vrouw komt binnen en zet een lange, mintgroene koker voor me neer.  Bovenop een witte sticker met de naam van mijn vader. De tranen rollen opeens over mijn wangen, het is confronterend.

Grauw en grijzig spul
Zonder waarschuwing opent ze de koker. Deze is bijna  tot de rand toe gevuld met grauw en grijzig spul in plastic. Het lijkt wel zand. Dat is het niet. Het is de as van mijn vader.

Zwaar
Ik vul een aantal papieren in, de koker wordt vervolgens in een bijpassende tas gestopt. Hij is erg zwaar, net zo zwaar als mijn hart. Mijn man biedt aan hem te dragen, dat wil ik niet, het voelt beter dat zelf te doen. We lopen nog even een rondje over het terrein.

Glas in lood
Bij de deuropening van het crematorium blijven we staan. Het wordt verbouwd. Aarzelend kijken we even naar binnen. Een mooie, sobere ovale zaal, precies zoals ik het me herinner van een paar maanden geleden. De plek waar de kist, zijn foto en de bloemen stonden.

Een vrouw ziet de tas met de koker en wenkt ons, of we behoefte hebben om even binnen te komen kijken. Dat hebben we. Het is vreemd en tegelijkertijd vertrouwd om midden in de lege zaal te staan. De zon schijnt prachtig door het glas in lood raam, precies op de plek waar de kist stond. Bouwstof dwarrelt in het zonlicht.

Hema
We stappen in de auto, de koker hou ik stevig vast. Het verdriet komt weer boven, de herinneringen ook. Ik laat het gaan. We rijden langs het huis van mijn vader, voor de ramen hangen nieuwe gordijnen. Ik ben blij dat er weer nieuw leven in zijn huis is.

We stoppen bij de Hema. Hier kwam ik elke week met hem en de kinderen. Dat vond hij geweldig. Nu ben ik hier voor de allerlaatste keer met mijn vader in een koker. Mijn man en ik bestellen koffie en iets lekkers, helaas hebben ze geen appelbol, daar was mijn vader dol op.

Appeltje
Vervolgens rijden we door naar een heel mooi riviertje in de buurt van Amsterdam. We gaan zitten op een bankje. Hetzelfde bankje waar ik vroeger regelmatig met hem zat tijdens een van onze vele fietstochtjes. We aten dan een boterhammetje en vervolgens schilde hij een appeltje voor mij. Nu heb ik geen appeltje maar een mintgroene koker.

Mooiste plekje
De zon schijnt fel, het is warm. Een prachtige dag. Een man loopt langs, begroet ons en zegt dat wij ons precies op het mooist plekje van het gebied bevinden. Dat geeft een fijn gevoel.

Aarzelend loop ik naar de rivieroever, ik kijk naar mijn man, hij knikt bemoedigend. Tranen in zijn ogen. Tranen in de mijne. Het is windstil. De as zinkt langzaam naar de bodem. Een deel van het stof verspreidt zich over het water, er blijft een beetje op een lelieblad liggen.

We zitten gearmd op het bankje. We kijken naar de as in het heldere water aan de oever van het riviertje. We kijken naar elkaar. Verdrietig. Maar ook opgelucht. Het is gedaan. En het is goed zo.

© Foto: Privé bezitdot