Blog Martin: It’s not business, it’s personal

huur niet betalen

Er zit een huurder in mijn koophuis, en voor de tweede maand op rij kan hij zijn huur niet betalen. Niet omdat hij iets te vaak op vakantie is gegaan, maar simpelweg omdat zijn werkgever besloot om hem weg te bezuinigen. In het huurcontract staat dat twee maanden geen huur betalen contractbreuk is en daarmee einde verhaal. Zakelijk gezien zou ik dat moeten doen, ik ben geen filantropische instelling en ik moet keihard werken voor m’n geld. En toch kan ik het niet.

‘Dat is heel jammer voor u’
In 2008 sloeg de crisis keihard toe. Ik had een winkel, drie man personeel én een kantoorpand waarvan het huurcontract nog vier jaar zou duren. Van het winkelpand kon ik gelukkig af. Met mijn werknemers kon ik iets regelen, maar dat kantoorpand, dat zou een blok aan mijn been blijken. Ik ben netjes opgevoed – ook met de gedachte dat zolang je communiceert, er doorgaans wel begrip wordt getoond. Vol goede moed belde ik destijds de verhuurder op, om te vertellen dat ik over een maand of twee in de problemen zou komen. Ik kreeg de deur in m’n gezicht gesmeten. Ik wilde graag bespreken wat de mogelijkheden waren, maar die bleken er niet. Ik had getekend, dus moest betalen. Ik trachtte uit te leggen dat ik een wereldwijde crisis niet had zien aankomen, en dat ik probeerde om te communiceren en het juiste te doen. ‘Dat is heel jammer voor u’ was het antwoord. Toen ik in een wanhoopspoging vroeg hoe het dan moest als ik niet meer kon betalen, kreeg ik te horen dat ze dan wel een incassobureau zouden sturen. ‘Luister, het is niet dat ik niet wíl, ik héb het straks gewoon niet meer, het werk is opgedroogd. Óók als u een incassobureau stuurt.’ Het ijskoude antwoord? ‘Daar zijn we tegen verzekerd’.

Zakelijk
Ik zie me nog zo op de grond zitten in mijn inmiddels behoorlijk lege kantoor. ‘Je moet dat je niet zo aantrekken’ probeerde iemand me later op te beuren. ‘Het is niet persoonlijk, het is gewoon zakelijk.’ Ik heb dat altijd de grootst mogelijke onzin gevonden. Als je zakelijk een klootzak bent, dan ben je het privé ook, je kunt niet twee mensen zijn. Dat dat contract niet beëindigd kon worden, dat begreep ik, maar enige menselijkheid of begrip tonen aan de telefoon, dat was die mensen vreemd. Noem dat maar zakelijk. Het allerergste? Nadat ik vier jaar met talloze bijbaantjes heb moeten bloeden voor een bedrag waarvan je maandelijks een mooie villa had kunnen huren, zei de man van de verhuurder bij de eindschouw: ‘Het punt is, zolang je blijft betalen, zien wij geen reden om je tegemoet te komen’. ‘Dus je bedoelt dat ik willens en wetens had moeten stoppen met betalen, en dan was ik er vanaf geweest?’ Met een grote grijns zei hij: ‘Ik denk het, jij zegt het’.

Lachen om m’n braafheid
M’n maag keerde zich om. Ik ben door mijn ouders opgevoed met de wetenschap dat wie goed doet, goed ontmoet. Dat je de beste persoon moet zijn die je kunt zijn, en dat je altijd je afspraken moet nakomen. Die episode, en nog een aantal vergelijkbare in de pittige periode daarna, hebben me een tijdje doen wankelen. Moet ik zaken en privé dan écht zo drastisch scheiden? Had ik dan géén bijbaantjes en belachelijke klussen moeten aannemen? Ik vond van wel, het was míjn handtekening onder dat contract. Maar ik denk dat ze daar bij de verhuurder hard hebben gelachen om mijn braafheid.

Er zit een huurder in mijn koophuis, en voor de tweede maand op rij kan hij zijn huur niet betalen. In het huurcontract staat dat twee maanden geen huur betalen contractbreuk is en daarmee einde verhaal. Maar die man doet keihard z’n best, communiceert met me, en deelt zelfs de sollicitatiebrieven die hij stuurt. Misschien ben ik een sukkel dat ik hem niet op straat zet. Dat ik in hem geloof, met het risico dat ik straks naar drie maanden huur kan fluiten. Misschien. Zakenman van het jaar zal ik nooit worden. Maar ik slaap er wel lekker van. Want dit is persoonlijk, niet zakelijk.

Beeld: wavebreakmediamicro / 123RF Stockfoto