Fleurs column: Der Club 2

Zoals ik vorige keer vertelde werd ik dus, al mijn 
gebrek aan gruizigheid ten spijt, door de mythische poortwachter Sven der Türsteher binnengelaten 
in een van de meest mythische clubs ter wereld: 
de Berghain in Berlijn. Total Geil. Unglaublich. De vraag was nu alleen wat men zoal aantreft in een van de meest mythische clubs ter wereld. Dat moest niet mals wezen in een club zonder sluitings-
tijden, waar je volgens de overlevering minstens 24 uur moet vertoeven om een beetje mee te mogen praten. Of je dan nog kúnt praten is weer een ander verhaal lijkt mij, maar goed, wat weet ik ervan.

Inmiddels was ik op het volgende level beland: Türsteher II. Ik keek in een breekbaar porseleinen gelaat met droeve kraaloogjes. Schattig. In de rij naast me was een vierkant uitgehouwen brok 
vrouw net een lid van mijn partygezelschap aan het fouilleren alsof er geen morgen bestond, onderwijl “NACH HINTEN!” en “VORWÄRTS!” bulderend. De kraaloogjes graaiden wat in mijn jas en tas, visten mijn telefoon eruit en plakten zorgvuldig twee groene stickers op de cameralenzen. “No pictures,” 
zei hij. “Privacy. You understand?”

Even later stond ik voor de laatste uit leer en ijzer opgetrokken poortwachter. Deze trok aan mijn arm, draaide hem om en gaf met een zwierig gebaar mijn definitieve brevet van coolheid: een stempel 
van de Berghain. FAGGOT, las ik. En er waren ook darkrooms, liet mijn partygezelschap vallen.

Gut, dat beloofde wat. Nu laat ik mij de pis niet snel lauw maken; ik ben op 22-jarige leeftijd ooit met wat andere hopeloos naïeven op een feest beland omdat we ons hadden laten wijsmaken dat Wasteland ‘gewoon een leuk kinky verkleedfeestje’ was. Samenvattend: ik heb daar de zin: “Hè? Word jij gefístfuckt?” uitgesproken, ontdekte dat er zoiets bestaat als estafettepijpen en ben tot op de dag van vandaag bang voor gasmaskers. Maar hopeloos naïef in elk geval niet meer, dat scheelt.

Op het eerste gezicht zag de Berghain eruit zoals elke andere zompige nachtclub eruitziet. Moerassige techno, die klonk alsof iemand een zak kleuters een voor een op een stoffige gymmat gooide. Ik zag het tondeusemeisje weer, nu heftig tongend met een Aziatische relnicht. Ach, genderbenders: daar slaat tegenwoordig zelfs een eenvoudige hokjesgeest niet meer van op tilt. Ik liep door de gangen, met overal nissen waar men naar hartenlust de kennismaking in alle holtes voort kon zetten. Ze waren leeg. De bar was wel behoorlijk mythisch trouwens: nooit eerder zag ik barpersoneel dat zó expres iedereen negeerde en zó langzaam een cocktailshaker hanteerde.

“Ik vind het wel wat hebben hier,” zei ik.
“Wij niet,” zei mijn partygezelschap. “Kútmuziek. Sáái.”
Ze hadden een punt.
“Misschien komt het nog!” zei ik. “We zijn bínnen, dat zegt toch genoeg?”
“Nee, we gaan,” zeiden ze. “Nieuwe club, nieuwe 
kansen.”
Enfin, net las ik dat men naar de Berghain dient te gaan op zondagochtend zes uur. En ik, citeer: níet op vrijdagnacht. Dat is voor toeristenplebs.
Het was vrijdagnacht.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Trash-tv
Zelfhulpthriller
In de kou
Doomsday
Hallo
IPB
Boodschappen
Nomen est omen
Stukje experience
Woorddiarree
Slijpen
Winaars van de nacht
Antwerpen
God en Elvis
Bedankt, rossige clown
Der Club