Ruim negen jaar na de leeftijd waarop je officieel je rijbewijs mag halen, was het voor mij zover: ik mocht het roze papiertje in mijn portemonnee stoppen.
Je kent het vast nog wel van vroeger. Toen je nog op de basisschool zat, of nog eerder, toen de basisschool nog lagere school heette.
Het is de dag van de uitvaart. Familie, vrienden en bekenden nemen definitief afscheid van mijn tante. Tegen de weersvoorspellingen in schijnt de zon, en de sneeuw die er nog ligt, verdwijnt.
Ja ik weet het, het spreekwoord is anders: partir, c’est mourir un peu. Maar dat Alzheimer afscheid nemen is, is net zo waar. En bovendien veel schrijnender dan ‘gewoon’ afscheid nemen.
Het voorjaar zit weer in de lucht, en de dagen worden weer langer. Geef me daglicht als ik naar mijn werk vertrek, een paar zachte dagen, vrolijk kwetterende vogeltjes en takken die stiekem alweer een beetje uitbotten, en ik rol weer wat makkelijker uit mijn bed ‘s morgens.
Het mag gezegd worden: ik ben een koukleum. Als iedereen lyrisch is over de hoeveelheid sneeuw die gevallen is, en de dikte van het ijs nauwgezet in de gaten houdt met de Elfstedentocht in het achterhoofd, droom ik van zon, zee en strand.
In mijn studietijd, al een half leven geleden, maakte ik voor het eerst kennis met het fenomeen sauna. Een vriendin sleepte me mee met de woorden ‘dit moet je een keer geprobeerd hebben om er een oordeel over te hebben,’ toen ik hard riep dat ik echt niet in mijn blote kont tussen vreemden ging zitten. ‘Kan het niet in badkleding?’, vroeg ik mijn vriendin nog.
De laatste levende link met Anne Frank, Miep Gies, is niet meer. Een maand voor haar 101e verjaardag is ze op 11 januari jl. overleden, na een kort ziekbed. Een mooie leeftijd. Ruim een eeuw heeft ze geleefd.
Het was mijn eerste kennismaking met schoonheidsproducten via postorder. Ik had zelfs nog geen computer, en als kamerbewonende student vond ik de producten in de folder wel erg aanlokkelijk.
Ook op mijn werk heeft de recessie van zich doen spreken. Werd vorig jaar de jaarlijkse kerstborrel nog gevierd op een grootse en stijlvolle locatie, dit jaar moeten we het doen met het café om de hoek.
Ik weet niet beter of Sinterklaas is blank, heeft een lange, witte of grijze baard, rijdt op een wit paard en heeft roetzwarte knechtjes, die ‘Zwarte Pieten’ worden genoemd.
Way back, toen ik nog net op de lagere school zat, zag ik de allereerste versie van Kinderen voor Kinderen op televisie.
Ik lust ‘m best graag. Drank, in alle soorten en maten. Wijn en dan met name rode wijn is favoriet, maar ook prosecco, rosé, droge witte en champagne laat ik niet staan als het zo te pas komt.
Abba zong er al over. Dag en nacht werken om de rekeningen te betalen en nooit een cent over. Die rijke prins op het witte paard komt alleen in mijn dromen langs, en eerder stoppen met werken zal er ook nooit van komen. Eerder later. Veel later.
Mijn kinderen houden van speelgoed. Met name van het krijgen van speelgoed. Of het nu Sinterklaas, Kerstmis, hun verjaardag, het halen van hun zwemdiploma of ‘zomaar’ een gelegenheid is, ze zouden graag iedere gelegenheid aan willen grijpen om een cadeautje te krijgen of te mogen uitzoeken.
Ik heb altijd geleerd dat je mensen niet mag beoordelen op hun uiterlijk. Dat liefde een kwestie is van karakter, dat je voor een baan moet worden aangenomen op basis van je capaciteiten en dat beauty only skin deep is. Mooie uitdrukkingen waarin veel waarheid schuilt.
Mijn ouders hadden vroeger niet veel te besteden. Ik kom uit een traditioneel gezin: moeder werkte niet, vader was kostwinner. En een vorkheftruckchauffeur verdiende in de jaren ’70 en ’80 geen gouden bergen. Dus moesten we ons behelpen met low budget vakanties.
De Nederlandse vrouw houdt van Marlies, Victoria en degelijkheid waar het gaat om onze bustehouders.
Engelen zijn onsterfelijk, maar kunnen wel een dagje ouder worden. Ook Viva’s Angels zijn onderworpen aan het verstrijken van de klok, maar willen hun vleugeltjes en angelfaces wel goed verzorgen en liefst rimpelloos houden.