Winnares Webstrijd 2006.
Haar motto: The time is now.
Anne in vijf woorden: Onhandig, nieuwsgierig, dromerig, creatief, grappig.
Anne heeft geblogd van 9 mei 2006 t/m 1 juli 2008.
Op de een of andere manier hebben Matthijs en ik een patent op het ‘leuk, maar toch jammer van die vreemde eigenaren van dat duur betaalde onderkomen’ gevoel als we samen weggaan.
Matthijs en ik konden nergens vertellen dat we naar Gent gingen of mensen begonnen over ‘die geweldige behangwinkel’. Niemand was er ooit zelf geweest, maar ‘het schijnt er geweldig te zijn’. Een behangwinkel die het weet te schoppen tot Benelux fenomeen; daar moeten we natuurlijk langs. Vol verwachtingen belanden we dan ook op de Kraanlei.
Een verstandskies die ondanks ruimtegebrek heeft besloten op te komen probeert me te pesten. Niet alleen knelt hij mijn wangvlees af, waardoor er nu een aft ter grootte van een olifantenboon tussen mijn kaken klopt, met zijn zeurderige zenuwpijn zorgt hij er ook nog eens voor dat ik bijna niet kan eten.
Vernikkelend sta ik met fiets en al te wachten voor het rode stoplicht als een penetrante geur mijn neus binnen dringt. ‘Hallo hee,’ denk ik bij mezelf, ‘Wie heeft er hier zoveel parfum op?!’ Het antwoord blijft niet lang op zich wachten; naast me zit een fris gedouchte, opgepoetste tienerjongen op een scooter.
Een onhoudbare drang om ‘voor iets te zorgen’ teistert me. Nee, het is niet mijn moedergevoel dat weer eens de kop opsteekt. Ik verlang namelijk niet naar kale, roze bolletjes maar naar ‘iets pluizigs’. Iets met vier pootjes en een nat neusje. Oftewijl; een hondje.
Je merkt pas echt dat je opkrabbelt uit een dal als je weer zin krijgt om mooie kleren aan te trekken. Mooie, vrouwelijke, nieuwe kleren. Kleren zoals de Paarse Jurk waar ik mezelf op getrakteerd had. Kost een fortuin, maar dan loop je er ook wel als herboren bij.
De lucht heeft de afgelopen week in constante staat van avondschemer verkeerd. Met als gevolg dat ik om tien uur al met de lampen aanzit en tegen drie uur al zin krijg in het avondeten. Daarnaast stinkt mijn jas naar natte hond van al die regen die erin getrokken is.
Vroeger, toen ik nog rond de een meter mat, kwam ik in deze tijd van het jaar overal Sinterklaas tegen. Dat maakte elk tripje naar het winkelcentrum ontzettend spannend. Het kon zomaar gebeuren dat je in de supermarkt een hoekje omging en tegen de Goedheiligman himself opbotste. Met bonzend hart ontving je dan een handje keiharde pepernoten van Zwarte Piet.
Lieve Jan Smit,
Neerlands trots, droom van iedere tienermeid; je bent een beste jongen. Sympathiek, succesvol, altijd vrolijk, menselijk, sociaal en goed opgedroogd sinds je je lieve oma toezong. We kunnen de TV niet meer aanzetten of je witte tanden stralen ons toe. Nooit eerder had Volendam zo’n goedlachse vertegenwoordiger, de C&A zo’n blinkend uithangbord. Met jou is het altijd gezellig, altijd feest, zelfs als de mond je gesnoerd wordt door een duistere stembandaandoening.
Een tijd geleden gaf ik aan mijn leven als vegetarier te staken. Onder het mom van ‘ik mis vitale vitaminen’ kondigde ik mijn nieuwe leven als carnivoor aan. Ik kan jullie vertellen; er is niks van terecht gekomen. Een blauwe maandag heb ik genoten van rookworsten, gehaktballen en plakjes salami, daarna slopen de vertrouwde groenteburgers, tivall balletjes en de tartex de koelkast weer in.
Volgende week beginnen de opnames voor mijn eindexamenfilm en ben ik tevens precies een half jaar verwijderd van mijn allerlaatste dag op school. Over zes maanden heb ik er twee en twintig jaar onderwijs op zitten. Twee en twintig jaar van een verzekerde daginvulling, van een vaste groep mensen om me heen, van dat constante stemmetje in mijn hoofd dat me als ik de dag weglummel wijst op het werk dat nog ligt te wachten.
Poppodium Waterfront, Rotterdam. Vriendin Ginney en ik staan al een uur tegen het podium geplakt. Vanavond treedt hier onze all time favourite band op; Ash. Verguisd in de muziekwereld, springlevend in ons hart. Ash is namelijk veel meer dan muziek. Ash is vijftien zijn en dromen over zanger Tim, de achtergrond muziek van die eerste kus en de pleister op elk liefdesverdriet. Maar bovenal is het de soundtrack van tien jaar bijzondere vriendschap. Daarom, en omdat we stiekem nog steeds een beetje verliefd zijn op de zanger, willen we kostte wat het kost vooraan staan.
Als de wind goed staat ruik ik het al als ik de deur uitstap. Dan steek ik de straat over en volg mijn neus de gracht af. Hoe dichterbij ik kom, hoe sterker de geur wordt, hoe dieper ik de lucht opsnuif. Voor de deur van het kleine hotel houd ik halt. Daar, achter dat betraliede raam op straathoogte, wordt de was gedaan. Ik hoor de wasmachines ratelen, de wasvrouwen kletsen. Waarschijnlijk hebben ze geen idee wat voor heerlijke lucht ze door de buurt verspreiden.
In het Teylers museum in Haarlem is een tentoonstelling van het grootste en duurste boek ter wereld; The birds of America van John James Audubon (1785-1851). Deze John heeft zijn leven gewijd aan het op ware grootte tekenen van alle bekende Amerikaanse vogels rond 1830. Het boek is zo kostbaar dat het bijna nooit aan het publiek vertoond is.
Het is weer zover; het Idfa staat voor de deur. Na het Rotterdams en het Utrechts filmfestival is dit documentaire festival de hekkensluiter en tevens de verantwoorde afsluiter van het jaar. Grootste voordeel: het vindt plaats in mijn eigen stad Amsterdam. Grootste nadeel; de kaartjes vliegen als warme, wat zeg ik, gloeiend hete broodjes over de toonbank. Een gedegen voorbereiding is dus vereist.
‘Vanavond Duitse les’ Het is het eerste wat ik denk als ik wakker word. En direct erachteraan: ‘Gatverdamme, wat heb ik daar geen zin in!’
Zaterdagmiddag 12:00. De lucht is donker, de wind waterkoud. Twee opgeblazen gedaantes waden zich een weg door een verlaten weiland in zuid Limburg. Zijn het ruimetaarders? Nucleaire onderzoekers? Michelin mannetjes? Nee, wij zijn het: Anne en Matthijs. Ingepakt in twee lagen kleding, afgemaakt met een regenpak. Want ook al gaat het hagelen, stormen, sneeuwen en ijzelen tegelijk; wandelen zullen we.
Het is weer zover! Een dag vol kleine ergernissen, zowel over het dagelijks leven als over de wereld op zich, heeft zich voltrokken. Zullen we maar weer eens even lekker spuien dan? Ik begin wel:
Kan iemand mij vertellen hoe het komt dat:
Gister viel mij tijdens de herhaling van Hollands Next Top Model iets merkwaardigs op. Wat was er aan de hand? De modellen in wording hadden ‘sportdag’ en werden door een sportcoach en een stilist in een hysterisch roze vest opgejaagd. Nu was het niet het roze vest dat mij de wenkbrauwen deed optrekken, maar de conditie van de meisjes. Of beter gezegd, het gebrek hieraan.
De pont zet zich zachtjes in beweging, daar gaat de vaste grond. Met een flauwe bocht naar rechts worden we het IJ opgestuurd. De zon zakt; het wordt avond. De gure wind heeft vrij spel op dit vlakke stukje Amsterdam. Mensen dragen sjaals, handschoenen, mutsen zelfs. Fietslampjes staan al aan. Het is nog geen zes uur.
Een typische herfstgeur waait door de open balkondeuren naar binnen. Toch is het behaaglijk warm in de kamer. En stil. Heel stil. Ze ligt in bed, het kraakwitte dekbed hoog opgetrokken.Als ze haar ogen dichtdoet waant ze zichzelf op het platteland, of ergens ver weg in regenachtig Ierland. Het enige dat deze illusie doorbreekt is de geur van het pasgewassen beddegoed. Dat ruikt naar Mama, naar jeugd, naar veiligheid.
Het is koud, ik heb honger, ik ben chagrijnig en wil naar huis. Uiteraard rij ik uitgerekend in deze gemoedstoestand tegen een wegversperring op.