Webstrijder!
Motto: “Maak je niet druk over wat anderen denken. Zoveel denken ze trouwens toch niet.”
Schrijft het liefst over: bizarre mensen, grappige gesprekken en genante situaties.
Met een rood hoofd staar ik naar het schermpje: ‘GEEN SALDO. BETAAL ANDERS’.
Het meisje achter de kassa in de supermarkt ramt ongeïnteresseerd op de toetsen van haar schermpje: ‘Je betaling is mislukt. Nog een keer?’
Op ludieke wijze ontslag nemen. Ik kan me voorstellen dat er meer dan genoeg vrouwen van dromen.
Haal de spandoeken, verontwaardigde ingezonden brieven en boze gezichten maar weer tevoorschijn. De studiefinanciering wordt ingekort.
O, wat was ik blij. Een knalroze taart met glittertjes, marsepeinen roosjes en blaadjes van suiker. En bovenop, dat was het allermooiste, een Barbie. Op mijn eigen verjaardagstaart!
Ik heb iets fantastisch gemist. Terwijl ik in de zon in het Vondelpark lag – en verbeten mama’s in een bakfiets voorbij zag racen- waren er in Breda duizenden mensen op een festival aanwezig. En niet zomaar mensen.
Mijn poëziealbum. Het liefst liet ik er helemaal niemand in schrijven, behalve mensen waarvan ik vermoedde dat die het echt heel netjes en mooi konden. En dat ze voldoende geld hadden om goede poëzieplaatjes ernaast te plakken natuurlijk, dat was nog wel het belangrijkste.
‘De bof heerst’. Zo’n klein zinnetje is genoeg om bij mij een extreme aanval van paniek te veroorzaken, zonder dat ik weet wat de bof überhaupt is en op welke manier je er precies aan dood gaat.
Het is een zwart notitieboekje en ligt in de wachtkamer bij de schoonheidsspecialist. Het lijkt zo onschuldig, maar binnenin staat een wereld van pijn.
Je hebt mensen die -ondanks hun onschuld – verschrikkelijk nerveus worden van de strenge controle bij vliegvelden. Ik niet. Ik doe er dan ook alles aan om maar niet verdacht eruit te zien. Zelfs mijn mascara heb ik keurig in een boterhamzakje verpakt.
Hij zat op mijn bed. Of liever, op het puntje van mijn bed. En ik op het andere puntje, zo ver mogelijk bij hem vandaan. ‘Wil je nog cola? We hebben ook chipjes.’
Anne’s boom is gevallen. Zomaar, zonder even te waarschuwen. Ik ben er niet langsgefietst, maar ik stel me voor dat er veel politie omheen staat en snikkende mensen die blijven herhalen dat ‘het toch wel heel erg is he. En zo onverwacht!’
Omdat elke vrouw natuurlijk érgens een lichte vorm van obsessie moet hebben – equivalent aan de mannelijke obsessie met voetbal –heb ik er ook één. Oke, misschien wat meer dan slechts één. Maar een van de voornaamste is het verzamelen van keukenaccessoires.
Één keer ben ik naar een rockfestival geweest. Het heeft me voor het leven getraumatiseerd.
Smoesjes verzinnen helpt nu niet meer. Ik kan niet vertellen dat ik met een vriendin weg ben, boodschappen doe of eenzame bejaarden bezoek. Hij staat voor mijn deur en ik moet opendoen, want hij heeft me gezien. En vrolijk gezwaaid.