... schrijft, flirt, danst, viert, date, droomt, bluft en zoekt.
* Daniëlle in vijf woorden: Ik doe ook maar wat
* Motto: Vandaag is mijn lievelingsdag (W. the Pooh)
* E-mail: d.r.bakker@live.nl
* Twitter: http://twitter.com/daniellebakker
De tijd dat mieren nog undercover langs een plint richting limonadefles slopen is voorbij. Ze worden steeds brutaler. Ik kon zweren dat ik er net één op het aanrecht zag lopen die zijn tong uitstak en mij ‘the finger’ gaf.
Als ik een man zie met een vlecht, dan krijg ik de onbedwingbare neiging om het elastiekje te pakken en met het kwastje even een denkbeeldig stofje van mijn tepel te vegen.
Ik krijg vaak geïrriteerde, soms paniekerige blikken als ik op de fiets zit. Ik heb de neiging mensen te achtervolgen. Per ongeluk, ik heb gewoon een veelvoorkomend fietstempo.
Niets maakt mij zo gelukkig als een zwarte rand onder mijn nagels, korsten in mijn armhaar of het ontdekken van een aangekoekte etensrest op mijn gezicht. Ik kick op viezigheid.
Het wijd opengesperde oog van boer Richard gluurt door het opengeschoven luik in de deur. “Wachtwoord?” “Tiet’n.” Krakend gaat de grote houten deur open.
Het begon vannacht om tien voor half drie. Terwijl ik in het pikkedonker op de koude badkamervloer de stenen wc-pot innig omhels, schiet er door me heen: dit is niet goed.
In de evolutie van de mens zijn vele schakeringen huidskleuren ontstaan. Van wit tot geel tot rood tot zwart. Ik behoor echter tot geen van allen. Ik maak deel uit van een uniek ras: de mintgroen-huidigen.
Het besef dat je eigenlijk nergens goed in bent, dat je waarschijnlijk nooit een diploma gaat halen en vast nergens aan de bak komt heeft een slechte uitwerking op je humeur.
Ik ben geen ervaren make-upper. Eigenlijk gebruik ik alleen mascara, niet eens dagelijks. Maar als ik straks op stap ga met een kudde stoten die eruit zien alsof ze een uur bij Mari in de stoel hebben gezeten, dan wil ik natuurlijk niet achterblijven.
“Oh Patty, je harde grafstem klinkt als muziek in m’n oren. Je gescheld windt me altijd zo op.” “Oh Sjonny, je rechtse hoek weet steeds weer de juiste snaar te raken en van de bierwalm om je heen krijg ik nooit genoeg!”
Geloei van detectiepoortjes schalt uit de winkel. Ik kijk naar mijn geschaafde knokkel, waarin een sjaal met alarm eraan geklemd zit. “Sorry, het komt door mijn goede opvoeding!” roep ik met mijn gezicht op lik-afstand van de stoeptegels.
Mannen hebben een penis. De penis zorgt er onder andere voor dat de bezitter gemiddeld 16 keer zwaarder lijdt onder griep, 140 keer per dag aan seks denkt en de gasproductie van het lichaam verdubbeld. Daar hebben ze het maar zwaar mee. Hiervan akte.
Rode nagellak staat mij niet, wenkbrauwen epileren is niet mijn sterkste punt, ik pas nog steeds in de galajurk die ik droeg tijdens mijn diploma-uitreiking, mijn haren zijn precies 36,5 centimeter lang.
In mijn ooghoek zie ik iets blauws voor het raam langs schieten. Als aan de grond genageld blijf ik, met het melkpak aan mijn lippen en oplichtende borsten in het schijnsel van de geopende koelkast, verstijfd staan.
Al de hele winter ben ik verknocht aan één bepaald kledingstuk. Een kledingstuk waar mannen niet zo enthousiast over zijn. Of zijn ze soms jaloers? Werner?
Bij ontspoorde kinderen is er meestal een duidelijk aanwijsbaar punt in de opvoeding waarvan je kunt zeggen: dààr ging het fout. In mijn geval was dat zonder enige twijfel bij de vieze poes van opa Aad.
“Overdag is zij een normale studente, ’s avonds involueert zij tot een seksloos hoopje grijze fleece en elastiek.”
Mijn stageperiode loopt vandaag ten einde, maar eigenlijk ben ik hier nog lang niet klaar. Mijn hoofd zit nog vol blogs en ik lach nog veel te hard om mijn eigen grappen.
Vijftien vrouwen vonden het boek ‘Morgen is een rivier’ van Lesley Kagen in hun brievenbus. Wat vonden de boekenclub-recensenten van het boek? De meningen waren verdeeld.