Nynke heeft de webstrijd gewonnen en zal dus de komende tijd te lezen zijn op Viva.nl:
“Ik dacht dat Roos zou winnen!” Dat was zo ongeveer de reactie van de bloggers die ik belde met het nieuws dat
De webstrijd is alweer afgelopen, bizar hoe snel dat gaat.
En dus… En dus kunnen jullie gaan stemmen! Wie van de vijf overgebleven bloggers willen jullie blijven volgen op Viva?
Vier weken geleden ging webstrijd 2008 van start. Deze zes bloggers kregen de kans zich aan jullie te presenteren:
CathelijneB (36) -*- NynkedeJ (23) -*- IndiraR (34)
-*- JanvanT (23) -*- RoosG (35) -*- SannevanA (25)
Jammer genoeg zag Indira het na een paar keer bloggen niet meer zitten en nam zij alvast afscheid. Vandaar dat er nu vijf mensen over zijn op wie je [...]
De webstrijd is alweer afgelopen, bizar hoe snel dat gaat.
En dus… En dus kunnen jullie gaan stemmen! Wie van de vijf overgebleven bloggers willen jullie blijven volgen op Viva?
Zo lang ik mij kan heugen word ik in de vakantie ernstig verliefd. Niet een beetje, maar het tot-over-je-oren-en-terug werk. Of het aan de zon, de muziek, het eten of de wijn ligt; ik weet het niet. Elk jaar weer verloor ik mijn hart aan Juan, François, David, Luigi, Jan of Mehmet, in willekeurige volgorde.
Carnaval. Sinds ik hier vijf jaar geleden kwam wonen doe ik vrolijk mee. Ondersteund door een Jomandajurk, zwart gelakte voortanden, ontploft haar en vier neuswratten was sjans van mijn Brabantse medemens ver te zoeken. Kon me niets schelen. Toen iemand tijdens een ellenlange polonaise echter ‘Wa bende gij ûn lillekerd’ in mijn oor blèrde, wat zoveel wil zeggen als “wat ben jij lelijk”, toverde ik hem het liefst om tot een sanseveria of bloemetjesgordijn.
Alsof de wereld niet scherp gesteld is; R. ziet de wereld vertroebeld door tranen, al vier dagen lang. Vier dagen en vijf uur, weet ze me te vertellen. Toen zette haar nieuwe huisarts haar op rantsoen. ‘Alles dat eindigt op “zepam” moet gaan!’
Bruiloft van een vage kennis. Genoeg tijd om te observeren, heerlijk vind ik dat. Om twaalf uur maak ik de balans op. Vanuit professioneel oogpunt doe ik dat door middel van het MDN; het Middernachtelijk Dans Niveau.
Eerlijk; het is érg makkelijk om tijdens de zomervakantie te beginnen over hoe je billen zo strak mogelijk krijgt, hoe je ervoor zorgt dat pretspekjes en lovehandles als sneeuw voor de zon verdwijnen en
Hij had een verrassing voor me, speciaal omdat we in ondertrouw zouden gaan vandaag. De líeverd, dacht ik nog. Wat ben ik toch een schaap. Verrast wás ik, dat wel! Verrast als iemand die twee euro wint met de postcodeloterij. Verrast als iemand die een hond met vijf poten heeft gekocht op Ebay. Verrast als iemand die volgens de taxateur van “tussen kunst en kitsch” een echte nepperd heeft geërfd van ome Jan.
‘Juf, u moet niet zoveel roken!’
Het liefste, kleinste guppie van de balletklas, zo één met blonde engelenkrulletjes en grote blauwe ogen met eindeloze wimpers, reageerde op mijn gehijg in de headset. Sindsdien was het klaar. Geen sigaretten meer voor mij.
‘Ik vind het prima hoor, dat die mensen er zijn, maar ik dank God op mijn blote knieën dat jij er géén bent!’ Dit zei L.`s vader tegen haar toen ze dertien was. Dertien. En toen wist ze al láng dat ze er wél “één” was. Altijd verzwegen.
Wind, regen, storm, hagel? Hij zit er. Niemand in de stad? Hij zit er. Kerstinkopen doen in een krioelende mensenmassa met je hoofd naar de grond en je humeur ver te zoeken? Hij zit er. De Afrikaanse meneer met de Afrikaanse trommels zit er, áltijd. Zijn rasta’s, elk jaar weer iets langer, wapperen vrolijk mee als hij zijn hoofd schudt op de maat van zijn muziek.
Memmen, prammen, jetsers, hooters, boobies, jopen, tieten, harries, mienen, airbags en tot slot mijn favoriet; Noenga Noenga’s. Het samenstellen van dit lijstje ging vriend R. íets te gemakkelijk af. Het was, als ik hem niet had afgekapt, waarschijnlijk wel tien keer zo lang geweest.
Zwijgend maken we ruzie. Hij harkt in zijn eten, terwijl hij weet dat ik dat háát. Ik zucht minstens drie keer per minuut en heb een trillende onderlip.
Ik krijg geen aandacht, zelfs niet nu ik zo hartverscheurend verdrietig ben. De reden van onze stille strijd en de voorafgaande ruzie ben ik vergeten. Het was geloof ik iets met een paperclip in de wasmachine.
Uitverkoop! Zes prachtige exemplaren die erom vrágen door mij gepast te worden. Het begint al goed; ik stoot mijn hoofd wanneer ik mijn tas neerzet, ik hang met mijn vest in een kledinghaakje en tot overmaat van ramp klapt mijn voet dubbel omdat ik op zo’n plastic beveiligingsding stap.
‘Au!’
‘Wat is er? Gaat het?’
‘Sorry, maar wil je even kijken wat die mevrouw aan haar voeten heeft? Ik durf niet meer!’
‘Ik weet niet wat het zijn, dichte slippers? Extreem lage kaplaarzen met ventilatiegaten?’
Een heerlijke dag met een groep vrienden, vrienden van vrienden, dáár weer vrienden van en ook hún vrienden mochten mee. Hangen in het park, muziekje er bij, wijntje in de koeler en véél tapas met Turks brood.
Zojuist fietste ik tussen twee regenbuien door naar huis, zo snel als ik kon. Ik werd ingehaald door een klein voertuig met een bijpassend klein persoon erop. Vanuit mijn ooghoek zag ik dit en dacht; zo, dat kind kan hard fietsen!
Iedereen heeft er wel één. Bij mij heet ze Terror Maart. Een vriendin die al het slechte in je naar boven haalt, en meer. Het is haar weer eens gelukt; ik heb een kater groter dan mezelf die constant in mijn oor lijkt te grommen. Het is écht háár schuld… dat kan ik feitelijk onderbouwen!
Trillend sta ik voor mijn deur. Als een plasbehoevende kleuter hop ik van mijn linker- op mijn rechterbeen én weer terug. Mijn sleutel krijg ik niet in het sleutelgat, hoewel ik toch écht niets alcoholisch in mijn dagelijkse 2 liter cola light heb gedaan…