Omdat ik voor mijn werk alles lees wat los en vast zit, kan ik soms even geen letter meer zien.
Ik ben geen cupcakebakker, geen sushiroller en ook geen chardonnaynipper. Als iets hip is, vind ik het nog veel hipper om het niet hip te vinden.
Er gingen mails over en weer tussen mij en een vriendin. We probeerden af te stemmen waar wij met onze partners ergens zouden gaan eten. Ik deed een voorstel: sushi. Dat vond zij geen optie.
Met mijn moeder ga ik graag een weekendje weg. Naar Londen of Brussel en dan lekker shoppen.
Als ik in de auto zit en de hoek omdraai krijg ik altijd, bam, een brainwave. Het strijkijzer! Heb ik het strijkijzer wel uitgezet?
Met elkaar wat leuks doen, breekt zo lekker de sleur. Maar altijd en eeuwig in een volgestouwde Fiat Panda naar het dichtstbijzijnde attractiepark toegaan, begint ook aardig te vervelen.
Op de deur staat met koeienletters: NO MORE CLUB. Onder de deurbel wordt dit herhaald in minimaal 5 verschillende talen en bij binnenkomst is de sfeer meteen gezet.
De liefde zoekt zichzelf niet, maar dit jaar kwam ik haar tegen in de uitverkoop.Een paar dagen voor kerst probeerde ik me tussen de slenterende toeristen en de enkelhatende buggyterroristen een weg door een grote winkelstraat te banen.
Collega’s die verschrikkelijk dronken tegen je aan staan te hangen maar die naast een muffe bierlucht niets meer uit hun mond krijgen. De bescheiden P&O-dame die na 3 rosé verandert in een brutale stoeipoes.
Toiletjuffrouw is niet een beroep dat je van de daken schreeuwt, of wel? Ik denk dat het één van de meest ondergewaardeerde beroepen is.
Er ligt een lap leer in mijn mond en wanneer ik tussen de lege drankflessen, over de bierdopjes uit bed probeer te klimmen, staat er een denkbeeldige man met een moker op me in te slaan. Ik drink nooit meer, zeg ik tegen mezelf.
Gisteravond bevond ik mij in het zaaltje achter theatercafé De Bastaard in Utrecht voor een ontmoeting met de groene fee.
Vanaf de kleuterschool heb ik vaak Maria gespeeld. Dat is geen sinecure. Laat ik jullie even meenemen naar een klein tienertrauma…
Volledig gefocust op zijn stem, zijn geur en zijn lippen. Niet omdat hij mooie volle of fijne zachte lippen heeft, maar omdat we in een diep gesprek zijn beland. Er is duidelijk een band, een klik, een vlam.
Ik ga graag uit eten. Van pannenkoekenboot tot pizzeria, zet een bord voor mijn neus en ik ben blij. Ik ben geen kieskeurige gast, zolang het er schoon en gezellig is, en als ik maar genoeg te eten krijg.
Lootjes trekken. “Jaaaaa”, gilden we in koor. Eén probleem, de vriendin en ik waren met z’n tweeën. Dat voelt toch een beetje alsof je alleen op de dansvloer staat bij een waanzinnig feest.
“Zou jij als naaktmodel in een tekenklas gaan zitten?” De vraag komt van een collega die daar zelf heel hard over na zit te denken achter z’n bureau. Daar heb ik tot nu toe nooit over nagedacht.
Schuren, slijpen, slijmen of schuifelen: generaties lang doen we het al. Maar het schuren van toen, is niet het schuren van nu.
Ik bestel een biertje en een droge witte bij de barman. ‘Chardonnay of Sauvignon’, vraagt hij. Hoewel ik niet weet of ik een verstandige keuze maak, twijfel ik geen moment. Proost!
Sport is leuk, en sporters ook, maar er is een beroepsgroep nog interessanter dan sporters. En dat zijn de ex-sporters.
Zijn sikje kriebelt tegen mijn kin en zijn zwarte plaksnor zit inmiddels een beetje scheef. In de weerspiegeling van zijn grote zonnebril zie ik mijn nepwimpers klapperen en ik voel hoe zijn vingers verstrikt raken in mijn pruik.